Jos

Digitaal bladeren

Jos
Auteur:

Jos

Het Brabants Dagblad. Ik schat in dat zowat de helft van de mensen die deze regels lezen op het BD is geabonneerd en dat de andere helft de krant elders (in kroeg, wachtkamer, theater, bieb) of op een nog geheel andere wijze tot zich neemt. Via internet, bedoel ik dan. Want daar gaat het naar toe, beste vrienden. Digitale consumptie. Een dag of veertien geleden mocht ik onze in het verre Rosmalen residerende twee zoons elk zomaar vier weken het Brabants Dagblad-in-de-bus cadeau doen, een lieve geste van de krant voor trouwe abonnees. Kregen ze nog een fiets- en wandelgids bij ook. Maar let op: ze hadden er geen zin in, ook al kostte het hen geen cent en stopte de bezorging na die maand vanzelf. “Leuk hoor, pap. Helaas, wij zijn niet van die generatie. Snap je dat nou nog niet?” Nou, ik snap het wel. Maar ik begrijp er niks van. Want, beste vrienden, wat is er leuker dan bij het ochtendcroissantje of in de vroege stadsbus een echte krant te voelen. Inkt aan de vingers, optimaal genot wat mij betreft. Dan is de krant nog vers, met bijlage en al. Helaas, weer een vorige-eeuw-sfeertje dat langzaam uitsterft. En tot mijn spijt ken ik er nog eentje. De stadscolumnist. Weet je wel, zo’n lokaal goed ingevoerde, snelle schrijver die alles en iedereen kent. En bij het Brabants Dagblad hebben we er een, niet de minste potdomme. Een rappe pen, een vriendelijke lach, een kritische blik. Jos. Hij kent ‘heel zijn dorp’ en heel de stad kent hem. Iedereen weet: pas op, hij luistert goed, hij is je vriend, maar als het niet deugt dan schrijft ie het op. En dat doet ie. Ook nog eens in een recht-toe-recht-aan stijl die hij zelf onderschat maar die bij een kenner als ondergetekende een snaar raakt. Hoewel ik besef dat hij de Pulitzer prijs voor Literatuur nooit zal winnen, grijp ik zonder dralen meteen naar zijn column als het Brabants Dagblad hier door de bus glijdt. Meteen! En dat doe ik al jaren. Jos zelf zegt over zijn drijfveren: “Ik wil gewoon alles weten. Feiten, achtergronden, belangen. Hoe kan dit, hoe zit dat? Deugt dit, klopt dat, waarom zegt iemand iets op een bepaald moment? Never stop asking, zoiets. Ik geef ongezouten mijn mening en ik noem man en paard. Klaar”. Dat zegt Jos. En nou komt het: het BD waagt het te overwegen te stoppen met de columns van Jos van de Ven. Er is een reorganisatie geweest en ze moeten bezuinigen. Jos wordt politiek verslaggever of zoiets. En kun je dat combineren met de rol van kritische columnist? Nou, dat wordt lastig, zeggen ze. Want de politiek verslaggever moet er voor zorgen dat hij vooral ‘on speaking terms’ blijft met lokale politici en andere hoogwaardigheidsbekleders. Als ik gemakkelijk zou vloeken zou ik dat hier en nu doen. Want ik denk dat juist die lokale politici en overige hoogwaardigheidsbekleders graag ‘on speaking terms’ blijven met Jòs. Ze willen diep in hun hart maar wat graag genoemd worden in zijn columns. Good news or bad news, maakt niet uit. Als ze maar genoemd worden. Zo zit dat, heren van de hoofdredactie. En volgens mij weten jullie dat ook, diep in je hart. Overgenomen door De Persgroep of niet, suffe AD-kloon of niet. Maakt niet uit. Elke regionale of stadskrant vaart wel bij een kritische, lokale column. Geschreven in toegankelijke taal door iemand die op de hoogte is en wars is van politieke of commerciële belangen. En dus gaat het Brabants Dagblad gewoon door met de columns van Jos van de Ven. Dat besluit gaan ze natuurlijk nemen, of hebben ze al genomen wellicht. Ja toch, of niet dan, dames en heren van de BD-hoofdredactie?

Hans van Kasteren

0 0 1210 12 juli, 2015 Column juli 12, 2015

Facebook Comments