Entertainment in het JBZ

Digitaal bladeren

Entertainment in het JBZ
Auteur:

Entertainment in het JBZ

Het is één van die prachtige nazomerdagen van september. Ik heb een afspraak in het Jeroen Bosch ziekenhuis om een MRI van mijn knie te laten maken. Het rotding doet niet wat ik van hem verwacht en om de haverklap zit ie vol met vocht. Lastig en pijnlijk. Geen ramp, maar ik wil er wel verbetering in aanbrengen. De auto parkeer ik op de parkeerplaats en bij het uitstappen zie ik een vriendelijke chauffeur van een shuttlebusje stoppen bij mijn auto. Of ik een lift wil? De aansteller in me roept dat ik echt last van mijn knie heb en met plezier stap ik in. Een beetje gênant voel ik me wel. Ik heb de indruk dat er naar me gekeken wordt en dat de mensen denken: wat doet die jonge gast in dat busje? En gelijk hebben ze. Het is volkomen onnodig dat ik me laat vervoeren door dit ding, maar leuk vind ik het wel. Kinderlijk leuk. Zoals de mensen naar mij kijken, kijk ik ook naar de mensen die ik zie.

De banken voor het JBZ zijn goed gevuld en staan in het warme najaarszonnetje. Ik zie verpleegsters en verplegers. Een enkele arts. Ik zie bezoekers met patiënten en ik zie bezoekers zonder patiënten. Mensen kletsen met elkaar. Op het eerste gezicht niets bijzonders. Maar niets is minder waar. Als ik wat langer kijk zie ik rokende mensen. Rokende patiënten. Ik zie patiënten die geketend zitten aan een infuus met een zware Van Nelle in de hand. Een raar gezicht. Er zit zelfs een patiënt op het bankje, met sigaret en door de neus wat slangetjes die hem moeten voorzien van wat meer zuurstof. Ja, ik zie het goed. Een rare combi. Iedereen is natuurlijk eigen regisseur van zijn of haar leven. Maar op deze manier de regie pakken vind ik een bijzondere.

Mijn vader zei altijd; “Het ziekenhuis is in al haar bedrijvigheid een perfecte afspiegeling van de samenleving”. Met deze boodschap in mijn achterhoofd ga ik op weg naar de afdeling Radiologie. Ik moet nog even een patiëntenpas laten maken. Er staat een enorme rij. Voor mij geen probleem. Ik heb de tijd. Hoe anders is het voor mijn medewachtenden. Ze zuchten, ze steunen, ze mopperen op de rij en op het feit dat het allemaal zo lang duurt. Ik probeer te genieten van de frustratie van de ander. Hoe kan het dat mensen zich zo druk maken over iets onbenulligs? Ik kijk op mijn klok: 14.24 uur. 5 wachtenden voor me. Om 14.29 uur is mijn pasje gemaakt. 5 minuten wachten. 5 minuten is dus voldoende wachttijd tegenwoordig om gefrustreerd te raken. Bijzonder. Ik volg mijn weg via de blauwe borden. Passeer een gastvrouw die de weg uit staat te leggen aan twee slecht Nederlands sprekende mensen. Het doet me denken aan afgelopen zomer toen ik in een Italiaans ziekenhuis terecht kwam en de weg moest vragen. Geen Engels, geen Duits. Ik kreeg een Italiaans antwoord. Ik bedankte vriendelijk en had geen idee waar ik naar toe moest. Ik snap de last van deze twee ziekenhuisgasten.

De wachtruimte voor radiologie is druk. Er zit een klein kind dat met een van pijn vertrokken gezicht haar arm vasthoudt. Die hoeft geen foto te laten maken denk ik. Gebroken. Er zit een man die in geuren en kleuren vertelt over zijn kwalen en hoe het zo gekomen is. Hij vertelt veel. En constant. En nog meer. Naast me zit een dame die aankondigt haar riem vast uit te doen en ze komt in actie. “Maar mijn BH hou ik nog maar even aan” grapt ze. “Gelukkig” denk ik. Ook hier weer wat steunende en mopperende lui die niet tegen wachten kunnen. Er zijn vriendelijke verplegers die mensen ophalen en op hun gemak stellen. Er wordt wat over het weer gesproken. Een positief verhaal. Er schuiven nog meer mensen aan. Ze zeggen geen goedendag. Enkele seconden later tracht een vrouw een gesprek te beginnen over fatsoensnormen waar goedendag zeggen toch zeker bij hoort. Iemand snuit zijn neus. Najaarshooikoorts? De Story wordt gelezen. Iets over Rachel Hazes. Een ander leest De Jan. Een man kijkt in de Autoweek. En bespreekt de auto van de toekomst met zijn zoon. Niet bepaald zijn smaak. Tenminste dat zegt ie. Er zit iemand in een werkkloffie. Verf op zijn kleding. Jong, oud, groot, klein, blank, getint, slim, nog slimmer. Alles zit door elkaar. Heerlijk.

Meneer van Mackelenbergh is aan de beurt. Ik sta op en loop richting de lachende laborant. “U mag uw broek en schoenen uit doen. Houd de sokken maar aan en dan kom ik u zo oppikken. 1 minuut”. Prima. Mijn grote teen probeert via een gat in de sok een uitweg te vinden naar buiten. Niet chique. Zo ben ik niet opgevoed. Hier had ik aan moeten denken. Ik troost me met de gedachte dat mijn gat in de sok waarschijnlijk ook een afspiegeling is van de samenleving. De laborant heeft vast ergere zaken gezien. Na 15 minuten is de MRI gemaakt. Ik loop weer naar buiten en stuit op een zeer jong gezin met twee opblaasballonnen (een ooievaar en Hello Kitty) en een Maxi Cosi met kind op de schoot van de pas bevallen moeder. De vader gaapt terwijl hij de rolstoel voortduwt. Welkom in je nieuwe wereld. Een oude vrouw likt aan een cholesterol verhogende soft ijsco. Ze zal het wel verdiend hebben omdat ze zich goed gehouden heeft bij het bloedprikken. De draaideur die me naar buiten loodst is overvol. Hij stokt wat. Ik los mijn schuld af bij de parkeerautomaat. Mijn buurman slaat zachtjes tegen de automaat omdat deze niet doet wat hij wil. Nondeju. Ik moet slechts € 1,- betalen. Geen geld voor al dat entertainment.

Huub van Mackelenbergh

2 Reacties uitgeschakeld voor Entertainment in het JBZ 3486 19 oktober, 2016 Column oktober 19, 2016

Facebook Comments