Coen Free: ‘Behoudend soms vernieuwender dan vernieuwend’

Digitaal bladeren

Coen Free: ‘Behoudend soms vernieuwender dan vernieuwend’
Auteur:

Coen Free: ‘Behoudend soms vernieuwender dan vernieuwend’

Tekst: Hans van Kasteren | fotografie: Olaf Smit

Overtuig(en)d Bosschenaar Coen Free
Binnenkort verschijnt het meest recente boek van Coen Free, ‘Crealucion’, dat hij de ondertitel ‘Een handreiking voor gedroomd onderwijs en duurzame talentontwikkeling’ heeft meegegeven. De auteur is bezorgd over de kwaliteit van het onderwijs in ons land, vandaar. In Crealucion legt hij dat uit en reikt op basis van de nieuwste inzichten van het hersenonderzoek oplossingen aan. Het boek wordt op 4 november om 15.00 uur gepresenteerd in het Jheronimus Bosch Art Center. Coen noemt het boek zijn ‘legacy’, zijn geestelijke nalatenschap. Hij gebruikt dat woord omdat hij is getroffen door een ernstige ziekte. Coen Free spreekt met Hans van Kasteren ook over ‘s-Hertogenbosch. Zijn stad, onze stad. Wat is er goed, wat kan er beter? Kritiek, aanbevelingen? We laten Coen verder ‘ongestoord aan het woord’.

Over Onderwijs:
Nederland ‘slechtste jongetje van de klas’:
“Met het onderwijs in ons land gaat het minder goed dan wij denken. Uit een lijst met vooraanstaande industriële landen (OESO-landen) blijkt bijvoorbeeld dat Nederland op het gebied van het terugdringen van sociale ongelijkheid met behulp van onderwijs het slechtste jongetje van de klas is. Landen als Chili en Turkije doen dat zelfs beter. Hoe dat komt? Ons onderwijssysteem kent twee negatieve aspecten. Als enige land ter wereld selecteren wij kinderen als ze net 12 jaar zijn in ‘denkers’ en ‘doeners’. We geven onze kinderen de kans niet zich te ontwikkelen. Veel getalenteerde jongeren kunnen in ons systeem hun dromen en ambities niet waarmaken. Daarnaast is ons onderwijs eenzijdig gericht op het ontwikkelen van kritische en logische denkvaardigheid en ingericht op de tegenstellingen goed-fout, winnen-verliezen en slim-dom. Het leidt op welhaast natuurlijke wijze tot een zogenoemde statische mindset. Die ook grotendeels onze samenleving bepaalt. Terwijl ons tijdperk schreeuwt om creatieve denkvaardigheid en een groei-mindset. Beleidsbepalers in ons onderwijs beseffen niet of onvoldoende hoe het brein werkt. Onderwijzen zonder besef van hoe ons brein leert, is als het ontwerpen van een handschoen zonder te weten hoe een hand er uit ziet. De grote denker Einstein heeft ooit gezegd: ‘In principe is elk kind een genie-in-de-dop. Maar als een vis wordt beoordeeld op zijn vermogen om in bomen te klimmen zal hij zichzelf als een mislukking beschouwen’. Onderzoek toont aan dat bijna alle kinderen geboren worden als begenadigde denkers. In een periode van tien jaar worden veel van deze denkers op gekunstelde wijze benoemd tot doeners. Geen wonder dat velen van hen een afkeer van onderwijs en leren krijgen. Zodra kinderen in staat zijn zichzelf te beoordelen, worden ze bang te mislukken in een systeem dat extreem prestatiegericht is en hen dwingt zichzelf steeds te vergelijken met anderen. Wat de onderlinge rivaliteit in een klas al op heel jonge leeftijd doet ontstaan. Met ruzie, verlies van zelfvertrouwen en demotivatie als gevolgen. Een populair scheldwoord op de schoolpleinen is tegenwoordig heel veelzeggend ‘loser’. Kinderen op een zogenaamd hoger niveau kijken neer op minder kansrijke kinderen. Maar het ene kind hoeft niet beter te zijn dan het andere. Ieder kind is uniek. Het moet het beste uit zichzelf willen en kunnen halen. In Crealucion onderbouw ik wetenschappelijk hoe we ons onderwijs kunnen veranderen, zodat àlle kinderen de kans krijgen zich te ontplooien. En hoe we creatieve denkvaardigheid kunnen bevorderen, ten dienste van onze samenleving.”

Coen Free ‘in a nutshell’

• Literatuurhistoricus
• Internationaal erkend onderwijsvernieuwer
• Stichter en algemeen directeur KW I College
• Oprichter School voor de Toekomst
• President European Federation for Open and Digital Learning
• Voorzitter Raad van Commissarissen van Taleninstituut Regina Coeli te Vught
• Ereburger van Lincoln, hoofdstad van Nebraska (USA)
• Voorzitter jury Kwèkfestijn
• Initiatiefnemer en oprichter cursus Boschlogie
• Veelzijdig auteur van boeken en artikelen
• ‘Bosschenaar van het jaar’ in 1999
• Dassendrager van de Kikvorschen
• Geboren, getogen en overtuig(en)d Bosschenaar

Over ’s-Hertogenbosch:
‘Soms is behoudend vernieuwender dan vernieuwend’
“Door mijn onderzoek heb ik een goed inzicht gekregen in allerlei processen die zich in onze hersenen afspelen als we denken, leren en handelen. Dit helpt me ook ontwikkelingen in onze Bossche gemeenschap te doorgronden en te duiden. In onze stad heerst een vernieuwingsvirus, met name bij opiniemakers als journalisten, columnisten en gelijkgestemde politici. Het lijkt er op dat men bang is behoudend genoemd te worden. Op basis van een te beperkte opvatting van innovatie en creativiteit creëert men zijn eigen werkelijkheid, die vervolgens als dé waarheid gepresenteerd wordt. Dit leidt tot veel misverstanden. Want kijkend vanuit het breinonderzoek kan behoudend juist heel vernieuwend zijn, als men vernieuwing opvat als sociale innovatie. Voorbeelden? Dan noem ik de Stadsput en het Onze-Lieve-Vrouwe-huisje. Door de critici afgedaan als ‘Efteling’ en ‘historiserend bouwen’. Een hardnekkige en feitelijk onjuiste opvatting. Stadsput en Lieve-Vrouwe-huisje betreffen een historische reconstructie, zoals ook delen van de Sint-Jan en de vestingmuur bij de Hekellaan dat zijn. Als we het hebben over historiserend bouwen moeten we bijvoorbeeld kijken naar de fantasie-gebouwen van Van Lanschot op de Hoge Steenweg. Die velen overigens prachtig vinden. Het Lieve-Vrouwe-huisje is een schoolvoorbeeld van sociale innovatie. Maria staat als oermoeder in alle wereldgodsdiensten op een hoog voetstuk. In de Koran wordt zelfs geen enkele naam van een vrouw genoemd, met één uitzondering: die van Maria. Zo bezien is het Lieve-Vrouwe-huisje een prachtig, eigentijds symbool van eenwording en integratie, passend bij een gastvrije stad waarin iedereen welkom is.”

‘Intocht en Optocht creatiever dan Bosch Parade’
“Op basis van het breinwetenschappelijk onderzoek wil ik nog een voorbeeld noemen, met name met het oog op het begrip creativiteit. Creativiteit gaat over het doorbreken van vaste patronen, waardoor er sprake is van gedachteverandering, leidend tot sociale innovatie. Als ik nu kijk naar de hoog geroemde ‘Bosch Parade’ zie ik een oud patroon van bootjes op het water, dat via het thema Jeroen Bosch een instrumenteel-technische vertaling heeft gekregen. Het levert mooie plaatjes op, maar weinig emotie. En zeker geen sociale innovatie. De bezoekersaantallen stellen dan ook teleur. Dan verwijs ik graag naar Oeteldonk, naar de Intocht en de Optocht, die ten onrechte als volksvermaak worden afgedaan. Zij doorbreken juist wèl vaste sociale patronen. Daar zitten hele denkprocessen achter, die zeker ook leiden tot gedachteverandering en sociale innovatie. Ik sla zowel Intocht als Optocht creatief gezien hoger aan dan de Bosch Parade. Het Kwèkfestijn, ook zo’n voorbeeld. Als je de pareltjes van het Kwèkfestijn op een rij zet vind je juweeltjes als ‘De Hèndjes’: wist je dat dit nummer in minstens tien verschillende talen is vertaald en dat het in 47 landen een hit is geweest? En ken je ‘De Lokroep van d’n Oetel’? Pure klankpoëzie.”

Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch, JBAC, Theater
“Wat me stoort in veel discussies, zeer zeker ook in de gemeenteraad, is het verwijt dat Kring Vrienden een behoudend bolwerk zou zijn. Ik bestrijd dat. De Kring bindt en verbindt processen in de stad en biedt vele vrijwilligers alle ruimte tot groei. Dankzij de inzet van al die vrijwilligers kan de Kring jaarlijks zo’n 300.000 euro bijdragen aan stadsvernieuwing. Dat is bij uitstek sociaal innovatief, dus geenszins behoudend! Neem de Wonderlijke Klim, mede dankzij de vrijwilligers van de Kring een enorm succes. Die Wonderlijke Klim gaat het Monument Sint Jan straks zo’n zes ton opleveren! Welke organisatie doet dat de Kring na? Het Jheronimus Bosch Art Center is ook al zo’n mikpunt van kritiek, die vaak wordt geuit op basis van onjuist ‘feitenmateriaal’. Zo’n veertien jaar geleden wilde Ton Frenken een pand naast het Zwanenbroedershuis aankopen met de bedoeling er een digitaal Jeroen Bosch centrum in te vestigen. De gemeente was bereid hiervoor een bedrag van 8 miljoen vrij te maken. Ton, mijn oud-leraar van het lyceum, vroeg mij om advies. ‘Niet doen, de ontwikkelingen in de technologie gaan zo snel dat we het risico lopen al snel achter de feiten aan te lopen’, was mijn advies. Als burgeriniatief kwam toen het idee een fysiek Jeroen Bosch centrum in te richten, het huidige JBAC. Daarvoor hoefde de gemeente ‘slechts’ twee miljoen vrij te maken. Dus al met al een goede zaak voor de stad. Verder wil ik de ‘Theaterdiscussie’ niet onvermeld laten. Wederom een bewijs dat politiek en creativiteit een slecht huwelijk vormen. We hebben dadelijk een modern gebouw en dat is het dan. Waarom heeft de gemeente de architect niet een heel bijzondere opdracht mee gegeven? Bijvoorbeeld: ‘Ontwerp een gebouw dat recht doet aan de cultuurhistorie en dat we in het vervolg ‘Het Groot Begijnhof’ noemen’. Of, out-of-the-box gedacht: horen al die functies wel in één gebouw? Nog even iets positiefs tot slot: in onze stad ontwikkelt zich een zorgstelsel dat een landelijk voorbeeld van sociale innovatie is. Dit soort ontwikkelingen in onderwijs en zorg zullen bepalend zijn voor de uitstraling van een eigentijdse, gastvrije stad.”

 

0 Reacties uitgeschakeld voor Coen Free: ‘Behoudend soms vernieuwender dan vernieuwend’ 1266 20 oktober, 2016 Interviews, Nieuws oktober 20, 2016

Facebook Comments