‘Je eigen kind in dat pak zien is een en al rijkdom’

Digitaal bladeren

‘Je eigen kind in dat pak zien is een en al rijkdom’
Auteur:

‘Je eigen kind in dat pak zien is een en al rijkdom’

De familie Stolzenbach graag ‘veroordeeld’ tot Driek Pakaon

Het is een mooi gezicht: de hele familie Stolzenbach bij elkaar aan de grote stamtafel in ’t Pumpke aan de Parade, pratend over hun carnavalsbeleving. Die is gegarandeerd heel anders dan die van u en mij. De familie Stolzenbach levert namelijk, volgens de strakke Oeteldonkse traditie, al sinds 1882 Driek Pakaon, de veldwachter van Oeteldonk. Frans Stolzenbach vertolkte deze rol als eerste uit het oer-Bossche geslacht van 1882 tot 1911. Zijn zoon Toon van 1911 tot 1949 en diens nakomeling Cor van 1949 tot 1979. En vanaf 1979 tot 2001 was het de taak aan Ton om het veldwachterspak aan te trekken. Vanaf 2001 valt die eer te beurt aan Rob. En zijn opvolger, de jongste zoon Mees, zit ook al aan tafel. Hij is op dit moment drie jaar oud en zal dus ooit in de voetsporen van zijn vader treden. Een keuze heeft hij daarin niet. Ton: ”We leven in Nederland in een vrij land, maar niet zo vrij dat je deze mooie traditie kan doorbreken.” Er volgt een lach, maar de boodschap is serieus.

Tekst: Huub van Mackelenbergh | foto: byMarjo

Driek I (1882 – 1911) Frans Stolzenbach

De stoelen rond de tafel zijn gevuld. Hannie en Ton kijken met trots naar hun gezin. Zoon Rob, Tweeling Marleen en Elsbeth en twee van de drie kleinkinderen: Guus en Mees.
Ton: “Onze familie weet niet anders dan dat de vader de carnaval zonder zijn gezin viert. Mijn moeder was altijd alleen. Sjouwde er met carnaval op los. Best zwaar. Toen ik mijn vader opvolgde, vond ik dat best vervelend voor Hannie. Maar verliefd worden op een Stolzenbach betekent dat je dun Driek er gratis bij krijgt. Mijn vader was ziek en kon het niet meer opbrengen. De tijd was gekomen om de rol te gaan vervullen. Maar ik wilde één ding vooraf geregeld hebben. Ik wilde voor mijn eerste jaar als Driek samenwonen met Hannie. Gewoon, dat gaf me een fijn gevoel. Een trouw gevoel. Oeteldonk wilde wel dat ik de traditie in stand hield. Een huisje was op een of andere manier zo gevonden. De magie van Oeteldonk.”

Hannie: “Ik had niet veel met Oeteldonk. Had het niet van thuis meegekregen. Tijdens carnaval bleef ik gewoon thuis. En wanneer Ton diep in de nacht werd thuisgebracht door de hofchauffeur was ik broodnuchter. Iets wat je van Ton niet kon zeggen. Ik zorgde dat ik ‘s-nachts een warme hap klaar had. Kippenpoten, gehaktballen. Prins Amadeiro en zijn Adjudant schoven dan ook aan.”

 

 

Driek II (1911 – 1949) Toon Stolzenbach

Ton: “Het is natuurlijk heel speciaal dat je degene bent die deze rol mag vervullen. Het werd voor mij nog specialer toen onze zoon Rob geboren werd. Er was een opvolger. Ik was gelukkig met onze gezonde zoon. Maar ook gelukkig dat Stolzenbach de tradities in stand kon houden. Later werden Marleen en Elsbeth geboren. Twee heerlijke dochters. Ons gezin was compleet en Rob wist waar hij aan toe was.”

Hannie: “Pas toen de kinderen er waren, werd Oeteldonk voor mij specialer. Zij wilden naar pappa gaan kijken. Ik werd daardoor ook ondergedompeld in dit heerlijke feest. Ik ben het steeds meer gaan waarderen. De Stolzenbach traditie werd daardoor ook meer van mij, net als de andere prachtige Oeteldonkse rituelen. Het hart van Oeteldonk. Ook het thuiskomen van Ton tijdens carnaval werd leuker.”

Marleen: “Ik kan me nog goed herinneren dat wij midden in de nacht wakker werden gemaakt door Prins Amadeiro en zijn adjudant. Die kwamen dan zingend onze slaapkamer op. “Ik ben van de wereld en ik ben van jou” zongen ze dan. Dat vonden we prachtig. We mochten dan ons bed uit om mee te eten met Driek, Prins en Adjudant. Hoe gaaf is dat?”

Driek III (1949 – 1979) Cor Stolzenbach

Elsbeth: “Overdag zwaaiden we naar pappa wanneer hij langs kwam. Toen we iets ouder waren, gingen we regelmatig op zoek naar de Rolls Royce van de Hoogheid. Want daar waar de Hoogheid is, daar was De Driek, ons vader. Wanneer we hem dan gevonden hadden, knuffelden we even, maar ons doel om hem te vinden was anders. We wilden geld hebben voor wat lekkers. Dat kregen we altijd. We maakten mooi gebruik van de situatie.”

Ton luistert. Kijkt trots naar de vertellers. Zijn ogen glinsteren. Het zijn herinneringen waar hij met zeer veel plezier aan terugdenkt. Rob luistert ook in stilte. Wellicht stelt hij zich voor hoe dit met hem zal gaan wanneer zijn zoons groter zijn. Zwaaien naar papa doen ze al. Trots zijn ze ook. Maar of ze om geld komen schooien? Ton was een statige Driek. Aanwezig. Maar niet luidruchtig. Rob neemt meer ruimte in tijdens het vertolken van zijn rol. Hoe keek Rob naar zijn vader?

Rob: “Gewoon. Het was gewoon “gewoon”. Hij verraste me wel toen hij zei dat hij ging stoppen en me vroeg hem op te volgen. Ik was pas 21 jaar maar ik antwoordde: “ja, is goed”. “

Hanny: “Ton en ik waren blij dat hij het wilde. Rob was vrijgezel en dit zou wellicht ook betekenen dat hij snel een meisje zou vinden.”

Driek IV (1979 – 2001) Ton Stolzenbach

Rob kijkt verbaasd op: “Waar komt dit nu ineens vandaan? Dit heb ik nog nooit gehoord!” Er wordt gelachen aan tafel. De verbaasde blikken maken plaats voor lachende gezichten. Het is goed gekomen. Rob ontmoette Sabrina en ze hebben nu twee prachtige jongens. Guus is de oudste en zou Driek zijn geworden wanneer er geen broertje bij was gekomen. Maar dat broertje kwam wel. Deze jongste zoon Mees zal dus ooit de rol gaan vertolken. Het lijkt Guus niet te deren. Zijn kieltje staat Guus prachtig, hij praat gemakkelijk. Hele verhalen over voetbal, Ronaldo, Messie, Huntelaar en Robben. De rol van Driek zou zijn voetbalcarrière geen goed doen. Een instrument spelen lijkt hem ook leuk. Zijn broertje Mees kijkt ondeugend uit zijn ogen. Ik heb er veel vertrouwen in dat het met deze Driek in spé wel goed gaat komen.

Rob: “Mees heeft het er nu al regelmatig over dat hij ‘de minidriek’ is. Net als ik wordt hij helemaal meegenomen in het leven en de tradities van een Stolzenbach. Straks trekt hij met veel plezier het uniform aan. Weet ik zeker. En wat ik dan ga doen? Het zou mij niet verbazen wanneer ik de eerste carnaval na mijn Driek periode op vakantie ga. Ik denk dat ik dan niet geconfronteerd wil worden met het gemis.”

 

Driek V ( 2001 – ?) Rob Stolzenbach

Ton: “Daar geloof ik niets van. Naarmate je ouder wordt ga je steeds meer van Oeteldonk houden. De tradities steeds meer waarderen. Het maakt je steeds een beetje rijker. Vergeet niet dat jouw eerste jaar zonder Driek het eerste jaar als Driek van Mees is. Je eigen kind in dat pak zien is een en al rijkdom. Ik heb nooit heimwee gehad naar Driek. Puur omdat je eigen zoon de heimwee opvult.”

Marleen: “Maar zover is het nog lang niet. Ik denk dat Rob de langst zittende Driek uit de geschiedenis gaat worden. Mees is pas drie dus Rob moet, maar wil ook zeker, nog jaren door.”

Ton: “We zullen wel zien. Het spel gaat gewoon door. Mijn vader was een onderdanige Driek. Bracht de tijd van toen ook met zich mee. Wanneer Amadeiro dineerde zat mijn vader ergens op een trapje met zijn eten. In zijn eentje. Dat gaat Mees in ieder geval niet meer meemaken. Elke tijd heeft zijn charme. Ik deed het op mijn manier. En Rob op de zijne. En Mees? De tijd zal het ons leren.”

 

2 Reacties uitgeschakeld voor ‘Je eigen kind in dat pak zien is een en al rijkdom’ 9211 21 februari, 2017 Interviews, Nieuws februari 21, 2017

Facebook Comments