Een vergeetachtige Bosschenaar

Digitaal bladeren

Een vergeetachtige Bosschenaar
Auteur:

Een vergeetachtige Bosschenaar

In de wondermooie Italiaanse streek Piemonte voelen mijn vrouw en ik ons een ruime maand lang bijna Italiaans. We verblijven in een klein dorp en na een weekje of zo begroeten de dorpelingen ons alsof ze ons al jaren kennen. We ontmoeten ze ’s ochtends vroeg bij de bakker en na twaalven nabij het enige terras dat het dorpje kent. Dat terras hoort bij een enigszins vervallen trattoria. We lunchen daar vrijwel dagelijks en kunnen ons na zo’n heerlijke en ruim bemeten ‘Pranzo’ niet meer voorstellen dat we ’s avonds ook nog gaan dineren. Dat doen we dan ook zelden. We zijn volgens ons de enige niet-Italianen hier en worden met enige regelmaat aangesproken door nieuwsgierige Piemonters. Waarom zijn wij juist hier en niet in het veel mooiere Genua, Turijn, Barolo of Cinque Terre? Dat gebeurt eerst in veel te snel en voor ons nauwelijks te volgen Italiaans en daarna in rommelig steenkolen Engels of ontroerend kleuter Italiaans. Met de daarbij horende driftige gebaren, raadselachtige wenkbrauwactiviteiten en duistere knipoogcontacten. Capisce? Wij leggen uit dat we juist niet in toeristenhordes willen belanden en dat we het leuk vinden het echte Italie te zien en te leren kennen. Si, si, dat begrijpen ze heel goed. Italia…. en er volgen heftige kushandjesbewegingen richting hemel. We vertellen desgevraagd ook waar we wonen in Nederland: ‘Den Bosch, you know. Very famous!’ Ja, dat zal wel. Very famous… . Onze pas verworven Italiaanse buren knikken vriendelijk, maar uit alles blijkt dat ze nog nooit van ons stadje hebben gehoord.

Kennelijk gaat de naam van Den Bosch toch als een lopend vuurtje door het dorp, want er gebeurt wat later iets opmerkelijks. Ergens in de derde week van ons verblijf schuifelt een bejaard echtpaar namelijk naar ons tafeltje tijdens onze dagelijkse lunch met pasta’s en een lekker wijntje. We hebben ze nog niet gezien, deze dorpelingen. Mevrouw knikt ons vriendelijk toe en wijst op haar inmiddels behoorlijk versleten echtgenoot. “Giuseppe, amore mio”. En vervolgens strooit ze een stortvloed aan prachtig en voor ons in het geheel niet te volgen Italiaans over ons uit. Een briljant betoog, waarin haar ‘amore’ Giuseppe overduidelijk een hoofdrol vervult. Giuseppe glimlacht lief en haalt af en toe in kennelijke verontschuldiging de schouders op. Waarvoor hij zich verontschuldigt is ons vooralsnog volstrekt onduidelijk. Wij lachen en knikken wat mee, dat komt altijd sympathiek over. Denken we.

Dan schiet Mario te hulp. Mario serveert de wijntjes en de lunch in zijn trattoria met verve. Bovendien spreekt hij naar eigen zeggen heel fatsoenlijk Engels. Hij luistert naar het betoog van de lieftallige echtgenote van Giuseppe en fluistert voortdurend éénlettergreepwoordjes als ‘Ah, si, si’ en ‘Oh, la, la’. Dan wendt hij zich in zijn beste Engels tot ons: “This is very important. Molto importante! Giuseppe, my friend here (wijst intussen op Giuseppe en kust diens voorhoofd), he knows your city, si capisce? Yes, yes, he knows your city!” Natuurlijk zijn wij ineens één en al oor en vragen Mario ons, maar natuurlijk ook Giuseppe en zijn lieftallige dame, een wijntje in te schenken. Mario doet dat, vergeet zichzelf niet en schuift ook aan. Het verhaal begint zich dan met horten en stoten te ontspinnen. Dat gebeurt nauwelijks door Giuseppe, die voortdurend aan zijn wijntje sipt en steeds vriendelijk glimlacht. Aan het gesprek voegt hij weinig toe, maar dat maakt zijn vrouw meer dan goed. Ze vertelt dat Giuseppe in de jaren zeventig van de vorige eeuw in Den Bosch heeft gewerkt. Waarschijnlijk bij Remington, vermoeden wij, want ze denkt dat hij typemachines maakte. Via Mario legt ze uit dat Giuseppe veel dingen aan het vergeten is, maar hij zal háár nooit vergeten. En zij hem niet. ‘Amore mio’, zegt ze steeds met tranen in haar stem en in haar ogen. Ze is voortdurend ontroerd en haar emotie raakt ons ook. Giuseppe blijft intussen glimlachen en aan zijn wijntje sippen. Via Mario vraag ik hem wat hij nog weet van Den Bosch in die tijd. Hij kijkt me aan en zijn ogen lachen. ‘Zammatteo’, zegt hij dan. “Ja, Zammatteo!”, zeg ik verbaasd. Giuseppe maakt een geestdriftig gebaar van ijsjes likken. Aangespoord door zijn enthousiasme probeer ik nog wat, steeds met hulp van tolk Mario. “En de Parade, de Bossche Markt, de Sint-Jan, Carnaval? Wat vond je daar van?” Giuseppe’s gezicht is één groot vraagteken. Mario vertaalt wat de lieve dame van Giuseppe daarop zegt. “He has forgotten many things, sorry!” Giuseppe heeft dat laatste ineens begrepen, want hij zegt: “Ho dimenticato quello ho dimenticato”. En ik weet wat dat betekent: “Ik weet niet meer wat ik allemaal ben vergeten”. Dan verschijnt er plots weer een glimlach op zijn gezicht. ‘Zammatteo!’, zingt hij.

Hans van Kasteren

3 Reacties uitgeschakeld voor Een vergeetachtige Bosschenaar 1161 21 juli, 2017 Column juli 21, 2017

Facebook Comments