‘Elk orkest heeft een dwarsfluit nodig!’

Digitaal bladeren

‘Elk orkest heeft een dwarsfluit nodig!’
Auteur:

‘Elk orkest heeft een dwarsfluit nodig!’

In gesprek met prof. dr. Antoine Jacobs, Bosschenaar en emeritus-hoogleraar Arbeidsrecht

‘Ik had in de politiek kunnen gaan. Het werd de wetenschap. Waarom? In de wetenschap kun je meer jezelf zijn, eigenwijs ook. In de politiek moet je voortdurend compromissen sluiten. Daar ben ik nooit goed in geweest’.

Aan het woord is Antoine Jacobs (1946), als hoogleraar Arbeidsrecht al weer zes jaar met pensioen. Tijd voor commissariaatjes of goed betaalde adviesfuncties? ‘Nee, ik ben nergens commissaris. Ze vragen me niet. Niet erg, ik heb een goed pensioen. En ja, ik neem standpunten in die niet populair zijn onder kandidaat-commissarissen. Doorgaans vragen ze voor zulke baantjes sociaal-democraten. Neem oud-FNV-voorzitters Wim Kok en Lodewijk de Waal. De laatste bestreed als vakbondsman het “graaien” van de top in het bedrijfsleven. In 2011 was hij als ING-commissaris zelf verantwoordelijk voor een flinke bonus voor de ING-top. De PvdA sprak er terecht schande van’.
Jacobs doceert liever: ‘Ik had liever willen blijven werken, maar ik moest met pensioen. Ik geef nu nog steeds colleges in Tilburg, Milaan en Pavia, als het moet in de landstaal. Voor mij gaat er niets boven kennisoverdracht aan nieuwe generaties. De mooiste manier om nog een beetje over je graf regeren’.

Tekst: Frans van Gaal | fotografie Olaf Smit

Dwarsfluit
Jacobs laat zich graag vragen om zijn vakmanschap als docent en wetenschapper. Zijn trots niet verbergend vertelt hij: ‘Binnenkort mag ik weer de zogeheten Sinzheimerlezing verzorgen in Frankfurt. Hugo Sinzheimer (1875-1945) geldt algemeen als de aartsvader van het Duitse Arbeidsrecht. Ik verzorg een voordracht in het Duits over de positie van de ZZP-er in Nederland. De finefleur van het Duitse arbeidsrecht is dan aanwezig’.
Jacobs vervult één adviesfunctie, in de Transnational Trade Union Right commitee. Ze adviseert het Europees Verbond van Vakorganisaties. Antoine hierover: ‘Denk niet dat ik daar een blad voor de mond neem. Misschien ben ik wel het meest “rechtse” lid van die raad. De werknemer is immers niet heilig. In die raad lijkt elke beperking van het stakingsrecht onbespreekbaar. Dan moet er iemand zijn die vragen stelt. Elk orkest heeft een dwarsfluit nodig’.

Binnenskamers
In Nederland houdt het ook niet over met bestuurs- en adviesfuncties. Antoine lacht: ‘Klopt, ik ben voorzitter van het Bisschoppelijk Scheidsgerecht. Stel, de organist van een kerk wordt wederrechtelijk ontslagen, dan mag ik aan de bak. Voor deze functie hoef ik dus niet vaak mijn agenda te trekken’.
Antoine vervolgt: ‘Ik was ook een tijdje lid van het kerkbestuur van Sint-Jan Evangelist. Dat ging goed tot het moment dat het kerkmuseum met een ontsierende lift naast de Sint-Jan in beeld kwam. Het plan was ook financieel onhaalbaar. Dat zei ik. Het bestuur zette door. Ik was er toen zelf niet bij. Ik bracht mijn bezwaar naar buiten. Had ik niet moeten doen, zeiden ze. Ik had het binnenskamers moeten houden. Ik ben geen bestuurslid meer. Maar dat plan lijkt ook niet door te gaan.’
Wat is de les die Antoine hieruit trekt?: ‘Ik ben geen regent, nooit geweest en zal het ook niet meer worden’.

Knillis
Dat laatste wist Antoine natuurlijk al heel lang. Als 20-jarige is hij landelijk voorzitter van de KVP-jongeren. Antoine hoort bij de linkervleugel en verzet zich tegen de ‘regenteske’ politieke stijl van de ‘almachtige’ KVP-bazen. Hij is een van de gangmakers op weg naar de oprichting van de Politieke Partij Radicalen (PPR). Als de Bossche afdeling van deze partij wil regeren met de voor Antoine te ‘rechtse’ en regenteske PvdA doet Antoine wat bij hem hoort, hij richt in januari 1971, met andere rebelse Bosschenaren een nieuwe club op: raadsgroepering Knillis. Domien van Gent (1917-1979) bedenkt de leus: ‘De wereld is één groot schouwtoneel!’
Antoine handelt ernaar als raadslid. Hij is creatief, komt met tal van nieuwe suggesties en voorstellen en maakt theater. Bijna legendarisch is de foto waarbij Jacobs onverstoord een boterham opeet tijdens een commissievergadering. ‘Ja, kijk eens, ik had honger. Die vergaderingen duurden ook zo gruwelijk lang. En ik zag die commissievergadering niet zitten. Nog niet trouwens. Het debat hoort in de raad thuis’.

‘Restauratie of nieuwbouw?’
Jacobs woont niet verkeerd. Een mooi statig en passend pand in het Uilenburgstraatje, beter kan niet voor een Bosschenaar. ‘Ik heb op mijn omgeving gelet, goed gekeken. Ik was bij de bouw een lastige man voor de architect. Die heeft iets nieuws neer gezet dat past in de atmosfeer van het Uilenburgkwartier. En zo hoort het. Ik ben trots als de mensen vragen: is dit restauratie of nieuwbouw?’ Hij ontkent niet conservatief te zijn als het om de historische binnenstad gaat: ‘Wat een architect bouwt of ontwerpt, moet onderdanig zijn aan de omgeving. Niet elke architect is meteen een grote en dat denken ze vaak wel. Dat stadskantoor met al dat glas en een groteske maatvoering, het past niet. Ik zie de historische binnenstad als een gebit. Dat moet je onderhouden. Ben je een tand kwijt, dan zorgt de tandarts toch voor een tand op maat met dezelfde kleur als de rest van je gebit’.

‘Nieuwe Van der Made’
De afgelopen weken gooide retaildeskundige Peter ter Hark in het Brabants Dagblad de knuppel in het hoenderhok. ‘Tilburg dreigt als winkelstad aantrekkelijker te worden dan Den Bosch’. Jacobs pareert dan: ‘Nou ja, dat is dan maar zo. Ik ga sowieso niet vaak shoppen. Daarvoor ben ik te zuinig. Maar dan nog. Je moet niet in alles Tilburg willen nadoen. Die stad is nu eenmaal dynamischer, net zoals Eindhoven. Ze hebben er een universiteit, veel jongeren en een gemeentebestuur dat meer van aanpakken weet’.
Den Bosch moet niet proberen Tilburg en Eindhoven in te halen. ‘Lukt niet meer. Die Jheronimus academy of science is natuurlijk een druppeltje op een gloeiende plaat. Dat schiet niet op. Dat is geen universiteit. Leer vooral van wat ze in Tilburg of Eindhoven goed doen. Neem voor de Tramkade een voorbeeld aan Strijp S in Eindhoven. Daar stonden leiders en echte trekkers op. Dan pruttelen ze toch maar wat met die Tramkade. Daar hebben ze een nieuwe baas nodig, een Willem van der Made’.

Niet gelukt
Niet alles ging voor de wind in het leven van Jacobs. ‘Als er vandaag een vrouw aanbelt waar ik het in zie en zij in mij, ik zal onmiddellijk toehappen. Nee, ik ben geen verstokte vrijgezel, allerminst. Ik heb altijd een vrouw gewild en ook kinderen. Maar het is niet gelukt. Ik ga er niet onder gebukt want ik heb vele, vele vrienden en vriendinnen. Ik ben zelfs bevriend met mannen, getrouwd of samenwonend met de vrouw waar ik eens verliefd op was.’
Hij vervolgt: ‘Ik heb een relatie gehad met een vrouw die twee opgroeiende pubers had. Ik merkte aan alles dat ik daar niet meer tussen moest komen. Je moet niet binnen willen komen in een gezin met twee kinderen’. Is dat al een beperking voor een man op leeftijd, er is nog iets. Jacobs vertelt vol zelfspot: ‘Degene die ik wil, wil mij weer niet. En andersom gebeurt ook nog. Een vrouw wil mij, maar dan doe ik weer moeilijk.’

‘Durf te vergelijken!’
Vraag je aan Antoine Jacobs: wat wil je nalaten?, dan antwoordt hij: ‘Vergelijk vooral. Het is een bron voor creativiteit. Vergelijk het recht tussen landen en leer daarvan. De Duitsers kunnen leren van hoe wij met ZZP-ers omgaan. Wij kunnen van hun leren op het gebied van medezeggenschap.
Vergelijken zou je ook veel meer in de stadspolitiek moeten doen. Daarom vind ik het ook zo jammer dat er zo weinig met die stedenbanden met Leuven en Trier wordt gedaan. Op de Kornmarkt in Trier staat een mooie fontein, de Sint-Jorisfontein, heel centraal, gewoon door de gemeente verzorgd en betaald, zoals het hoort op zo’n belangrijke plek in de openbare ruimte. Dat hadden ze hier met het Puthuis ook moeten doen, als gemeente volledige verantwoordelijkheid nemen.’

1 Reacties uitgeschakeld voor ‘Elk orkest heeft een dwarsfluit nodig!’ 580 20 november, 2017 Interviews, Nieuws november 20, 2017

Facebook Comments