Verbroedering?

Digitaal bladeren

Verbroedering?
Auteur:

Verbroedering?

Ik zat net effe aan carnaval te denken. Ik zal deze tijd van het jaar niet de enige zijn in ons stadje. En ik dacht aan de kracht van Carnaval in Oeteldonk. Wat is dat nu eigenlijk? Ik hoor anderen vaak zeggen: het is de verbroedering. Oké, denk ik. De verbroedering. Maar hoe dan en wanneer zien we die verbroedering dan? Is het de verbroedering tijdens het kwekfestijn? Maar daar vinden we toch met zijn allen iets van? De ene club is niks, de andere iets, de andere geweldig. Terecht of onterecht. Zit de verbroedering dan bij het bestellen van een glas bier? Daar staan we toch altijd te trekken en te duwen. Wie is er aan de beurt? “Gij nie, in ieder geval. Broaierd”. Verbroederen we in de rij voor het cafe? Of denken we daar ook vooral aan onszelf? Ik denk het laatste. Zorgen dat je zo snel mogelijk binnen bent. “Ken mij die ander verrekke”. Tijdens de optocht wil ik mijn eigen plekje in de zon. Daar sta ik al jaren, dus dit jaar ook. “Makt me nie uit wie ge bent of waor ge vandaon komt, di is mijn plek”. Verbroederen we bij de uitslag van de optocht? “Da al hillemaol nie”. Verbroederen we in de rij voor het theater omdat we kaarten willen voor de Blauwe avond, het Grand Gala of de Bambergers? Jazeker. De een heeft Brandewijn bij zich, de ander stukjes worst om het wachten te veraangenamen. Verbroedering op en top. “As ik daodelijk maor mun kaortje ken kope”. Zit de verbroedering in onze gastvrijheid naar bezoekers van buiten Oeteldonk? Eens lekker oprecht knuffelen met een 50-plusser in een helgeel bananenpak of een bruine Pater uit Paterswolde? “Bende gij gek geworre of zo”! Zit de verbroedering in alle Oeteldonkers die in juni al zenuwachtig worden en hun profielfoto op facebook rood-wit-geel kleuren? Of is dat ook niet wat we onder verbroedering verstaan? Zijn het de Peer en Kees? Of Amadeiro XXV? Of vinden we zijn laatste jaartje in Oeteldonk net een jaartje te lang? “Nou is ut wel klaor mee dieje Prins”. Is het onze rood-wit-gele das? Maar dan alleen toch die dassen die ook echt met de hand gebreid zijn. Die rotzooi uit de kraampjes op het station, Hoofs en Persoons nemen we toch met zijn allen niet zo serieus. “Ge ziet gewoon aon zunne das dat ut ginne echte Oeteldonker is”. Is het onze kiel? Jazeker, maar dan alleen die kielen waar ook de echte Oeteldonkse emblemen op zitten. Vanaf je geboortejaar. “Want as ge da nie het, dan snapte gij ut verhaol nie jongu”. Zijn het al die verschillende carnavalsclubkes die hun lippen kapot blazen om ons allen te vermaken? Die hun kielen in allerlei kleuren weer gestreken hebben en tot laat door de straten trekken. De clubkes? “Jaozeker, maor hoe ken ut da ze mee ut kwekfestijn mee 35 op ut podium staon en mee carnaval mar mee 12 muziek maoke? En nog vals ok”. Is het de confetti, de serpentines en al die kleine jong die het feest met de paplepel meekrijgen? “Die pokke jong? Da is toch nie normaol da ze die zo jong al mee de kroeg in neme. Da ken nie goed zijn veur die jong”. Zijn het de vlaggen aan de gevels? De banieren op de markt? Verbroederen.

De definitie is simpel: bijzonder sterke banden aanknopen. Is dat dan wat we doen? Een bijzonder sterke band aanknopen met al die andere Oeteldonkers? Ik twijfel stevig. Zou het zo kunnen zijn dat we met elkaar een reden bedenken waardoor we aan de rest van de wereld kunnen verantwoorden waarom het zo belangrijk is dat wij dit feest blijven vieren met elkaar? En dat het woord “verbroederen” de lading het beste dekt? Dat verbroederen iets is wat iedereen wel zou kunnen gebruiken en dat wij 3 dagen het juiste voorbeeld geven aan de rest van deze aardkloot? Verbroederen. Je ziet het inderdaad maar weinig in de wereld. Dus laten we dit jaar eens echt het goede voorbeeld geven. Lieve Oeteldonkers….”verbroeder ze” de komende dagen.

Huub van Mackelenbergh

2 Reacties uitgeschakeld voor Verbroedering? 2348 29 januari, 2018 Column, Nieuws januari 29, 2018

Facebook Comments