‘Ik ben een Bossche  jongen en voel een sterke band met de stad’

Digitaal bladeren

‘Ik ben een Bossche  jongen en voel een sterke band met de stad’
Auteur:

‘Ik ben een Bossche jongen en voel een sterke band met de stad’

Maarten de Gruyter, projectontwikkelaar, vastgoedondernemer, telg uit een beroemd Bosch ondernemersgeslacht

Tekst: Frans van Gaal | fotografie Olaf Smit

‘Ik beschouw het nog steeds als een gemiste kans dat het nieuwe theater niet ter hoogte van het KPN-gebouw is gesitueerd. Een theater hoort in de binnenstad.’Aan het woord is Bosschenaar Maarten de Gruyter, projectontwikkelaar en vastgoedondernemer. Hij vertegenwoordigt de zevende generatie van het vermaarde De Gruytergeslacht dat een goed deel van de 20e eeuw de ‘grootste kruidenier van Nederland’ en de grootste industriële werkgever van ’s-Hertogenbosch was. Maarten de Gruyter verbergt die afkomst niet.
‘Ja, natuurlijk ben ik daar trots op. Mijn grootvader, ik heb hem nooit gekend, was Gerrit de Gruyter (1908-1970), de man die ‘het snoepje van de week’ in 1948 initieerde. Mijn overgrootvader Jacques de Gruyter (1875-1940) was de man achter die mooie, karakteristieke en monumentale De Gruyterwinkels’.  Of hij daar iets van meegenomen heeft? Maarten: ‘Ik denk het wel, sowieso de ondernemingsgeest. En ik pak van alles aan, als ik maar kan ondernemen. Dat heeft ook wel met de familie te maken hoor. Mijn vader had een bedrijf in halfgeleiders, mijn grootvader Gerrit was in 1945 een van de pioniers achter de oprichting van wat nu de BIM is’.

Vastgoedman van 2018
In 2007 start De Gruyter met Harm Boelens het projectontwikkelingsbedrijf Boelens de Gruyter. Ze overleven de kredietcrisis met glans. Hun specialisme wordt ‘complexe, binnenstedelijke projecten’. Een goed voorbeeld daarvan is de Amsterdamse Wibautstraat. De Gruyter: ‘Dat was toch tientallen jaren op afstand de lelijkste straat van Nederland. Wij hebben het voormalig Paroolpand een nieuwe functie gegeven. Dat wordt alom bewonderd. Die straat kreeg in zijn geheel een compleet nieuw gezicht’. De recensies over wat er in de Amsterdamse Wibautstraat gebeurde liegen er niet om: ‘Ineens is het een gave locatie, een soort Berlijn in Amsterdam’. Of… wat te zeggen van de volgende: ‘Is die – voormalige – grijze, winderige snelweg nou ook al leuk? In de Wibautstraat gebeurt het. En alles is er kosmopolitisch groot’ De Gruyter glundert: ‘We gaven inhoud aan het hergebruik van oude, lelijke panden. Het is nu een mooie entree en tegelijk een mooie statement voor ons uitgangspunt bij ondernemen: we willen trots zijn op elk project’.
De jury van ‘Vastgoedman van het jaar’, een branchegelinkte award, verkoos Maarten de Gruyter onlangs tot ‘vastgoedman van 2018’ en karakteriseerde hem als een man ‘die graag een feestje bouwt’.

Facelift voor Zuidwal
Over zijn vak zegt De Gruyter: ‘Ik ben meer projectontwikkelaar dan vastgoedondernemer. Ik zet graag met anderen projecten in elkaar. Dat is een kwestie van koppelen, netwerken en creatief zijn, altijd weer met het oog om iets moois te maken, een visueel en ruimtelijk “feest”.
Waar zou je in ’s-Hertogenbosch wel een ‘feestje’ van willen maken? ‘Vooropgesteld, deze stad heeft niet zoveel grote locaties meer weg te geven. ’s-Hertogenbosch is vol, zeker als het gaat om grotere ontwikkelingen. En je bent ook begrensd. Het historisch centrum ligt tegen een natuurgebied aan, heel mooi, vooral zo houden, maar het beperkt wel. Maar als ik dan toch iets mag noemen: Het KPN-gebouw gaan we herontwikkelen. Daarmee krijgt de Zuidwal een facelift. Ik denk een combinatie van wonen en werken om het levendig te houden, daarom sociale woningbouw, vrije sectorbouw en kantoren in gepimpte gebouwen. ’

Bossche jongen
‘Ik ben een Bossche jongen en voel een sterke band met de stad. Ik ging al als klein ventje naar FC Den Bosch kijken. Dan voel je je dus erkend als ze je op latere leeftijd vragen de baas te worden van de club van jouw leven’. Tussen 2013 en 2016 is Maarten president-commissaris van de NV FC Den Bosch. ‘Nou ja, NV?, kijk je naar de omzet van de club, dan praat je over een MKB-bedrijf met hooguit drie miljoen euro. Aan de andere kant, beschouw je alle belanghebbenden, dan ligt het veel gecompliceerder. Dan is het zeker zo complex als een beursgenoteerd bedrijf. Maar zo’n groot bedrijf heeft een grote, professioneel werkende staf. Bij een club als FC Den Bosch is het grotendeels vrijetijdswerk’. De Gruyter bestrijdt het vooroordeel dat FC Den Bosch de gemeente alleen maar geld kost. ‘De gemeente gaf vooral aan FC Den Bosch, dat is het beeld. Maar de gemeente verdiende ook aan FC Den Bosch. Neem de verkoop van het jeugdcomplex aan de Jan Sluiterstraat. De gemeente nam het voor 1.2 miljoen euro van FC Den Bosch over. De verkoop van de mooie bouwkavels leverde uiteindelijk meer dan zes miljoen op.’ Trouwens, waarom zou een gemeente niet kunnen investeren in een betaald voetbalclub? De Gruyter: ‘Er komen, zelfs in sportief slechte tijden, toch nog altijd zo’n 2500 mensen kijken. Is het zo vreemd de vraag te stellen: waarom wel miljoenen van de belastingbetaler naar het theater, een museum en podiumkunsten en waarom niet naar een volkssport als voetbal. Da’s ook theater’.

De les
Maarten de Gruyter kreeg het bij FC Den Bosch voor zijn kiezen. ‘Het is in je vrije tijd nog allemaal net op te brengen als het redelijk voor de wind gaat. Maar als ik terugdenk aan al die vele pijnlijke momenten. Financieel kwamen er kort na mijn aanstelling lijken uit de kast, dan de sjeikkwestie, door Powned op gang gebracht, die supportersrellen in november 2014 bij de wedstrijd tegen Top Oss, de historische bekernederlaag tegen amateurclub VVSB, notabene in eigen huis, een fijn mens als trainer René van Eck tussentijds moeten ontslaan, dat was vooral niet leuk. Eigenlijk allemaal crisismomenten. En alles moest je op zien te lossen met amateuristische middelen’. Terugkijkend op zijn FC-periode zegt Maarten: ‘Ik heb leren incasseren. Dat is zeker. Maar ik ben er te snel ingestapt’.

Stichting DON
In 2006 richtte De Gruyter de Stichting Diabetes Onderzoek Nederland (DON) op. De stichting financiert onderzoek naar de genezing van diabetes type 1. Maarten de Gruyter is een van de ruim 100.000 Nederlanders die lijdt aan diabetes type 1, een auto-immuunziekte. Patiënten hebben een defect in hun afweersysteem. Gezonde cellen die insuline produceren worden kapot gemaakt. ‘En daar word je op den duur niet gezonder van. Bij mezelf nemen de ongemakken toe. Mijn gezichtsvermogen gaat al achteruit, zegt De Gruyter.
Hoe gaat Maarten de Gruyter hiermee om? ‘Ik stel niets meer uit. Komt er een kans voorbij, dan grijp ik die. Gewoon direct doen. Het voorzitterschap van FC Den Bosch was wel zoiets. Het ligt ook persoonlijk. Ik ben getrouwd en heb vier dochters. Ik ben iedere woensdag thuis en daar komt niets tussen. Dan ga ik met mijn dochters naar het paardrijden. Ik haal ze van school en ik lunch met ze. Ik wil het maximale uit het leven halen en ook genieten van kleine momenten.’

Uit de comfortzone
De Gruyter vervolgt: ‘Ik zal er doorheen komen, dat weet ik zeker. Maar als je gezond wilt blijven moet je soms uit je comfortzone. Ik hou van bergbeklimmen en heb ooit geprobeerd de top van Elbrus, de hoogste berg van Europa in de Kaukasus, te bereiken. Dat lukte toen niet, maar ik ga binnenkort weer. En de hoogste berg op Antarctica wil ik ook nog graag beklimmen. Ik weet dat mijn vooruitzicht is dat ik op den duur steeds minder zal kunnen. Ik loop de kans blind te worden, ik kan andere ziektes krijgen die mij aan bed kluisteren. Maar ik voel mij nu voor alles gezegend. Ik zal er ook door komen.’

Apetrots
Toen Maarten de Gruyter in 2016 afscheid nam als president-commissaris van FC Den Bosch kreeg dat niet veel aandacht. Maar Maurice Horsten, directeur van de BIM, stuurde Maarten een fles wijn. Beiden stonden tijdens Maartens FC-periode lijnrecht tegenover elkaar. De een, Maarten, wilde een fikse huurverlaging voor het stadion, de ander, Maurice, wilde daarin niet mee. ‘Het was vaak een felle discussie, maar we speelden nimmer op de man, altijd weer de bal. Persoonlijk konden we het heel goed met elkaar vinden’, stelt Maurice Horsten. Er groeide iets gemeenschappelijks, beider interesse voor het verhaal achter de De Gruyterfabriek. Op 21 maart 2016 opende Maarten de Gruyter de nieuwe kantoorruimten in het voormalige distributiecentrum en stelde zijn antieke De Gruyter bakfiets van de vroegere thuisbezorgdienst permanent ten toon in de Brasserie. ‘Dat is echt een mooi project waar de stad veel meer mee moet doen. Burgemeester Mikkers had er bij zijn aantreden nog niet van gehoord. Ondernemingsgeschiedenis en het nieuwe ondernemen komen hier samen. Ik ben apetrots dat onze familienaam daarmee verbonden is’.


Op 19 juni 1818, 200 jaar geleden, richt Piet de Gruyter (1795-1867) een grutterijhandel op. Die ‘eenmanszaak’ staat aan de basis van het kruideniersconcern P. de Gruyter & Zn, vooral bekend als De Gruyter. Het wordt ’s lands grootste kruidenier en geniet bekendheid vanwege prachtig gedecoreerde winkels in de binnensteden, kruidenierswaren van de beste kwaliteit en 10% korting. Vanaf de jaren zestig gaat het bergafwaarts met het bedrijf. De Gruyter mist de aansluiting met de veranderende omstandigheden. In het bijzonder de komst van de supermarkt is een brug te ver. De Gruyter legt het loodje. In 1982 sluit de fabriek aan de Veemarktkade.
Maarten de Gruyter en Maurice Horsten (BIM) namen het initiatief tot een toepasselijke herdenking. Het boek ‘De fabriek in de etalage’ van Frans van Gaal en Niek van der Donk wordt opnieuw uitgegeven. Op 20 juni organiseren BIM en Boelens en De Gruyter een minisymposium met als onderwerp: de herontwikkeling van industrieel erfgoed.

0 Reacties uitgeschakeld voor ‘Ik ben een Bossche jongen en voel een sterke band met de stad’ 736 30 mei, 2018 Interviews, Nieuws mei 30, 2018

Facebook Comments