Ik zie het, als we zo verder gaan, redelijk somber in

Digitaal bladeren

Ik zie het, als we zo verder gaan, redelijk somber in
Auteur:

Ik zie het, als we zo verder gaan, redelijk somber in

Sociaal makelaar Jan de Rond ‘Mooi zo, Goed zo’
Jan de Rond is vanaf 1990 actief in onze stad, aanvankelijk als opbouwwerker. In 1999 werd hij de eerste vanuit het bedrijfsleven bekostigde ‘sociaal makelaar’ van ons land. Hij heeft in ’s-Hertogenbosch inmiddels een breed netwerk opgebouwd, waarbij ondernemers, onderwijs, overheid en maatschappelijke organisaties elkaar ontmoeten ten behoeve van het gemeenschapsleven. Jan is in onze stad al sinds jaar en dag de stuwende kracht achter organisaties als ‘Mooi zo, Goed zo’ en het vrijwilligersnetwerk Galant.

Tekst: Hans van Kasteren | fotografie: Olaf Smit

Hans van Kasteren ontmoet een gedreven man met stevige meningen, die er niet voor terugdeinst die meningen links en rechts nadrukkelijk neer te leggen. Jan de Rond heeft er niet zoveel moeite mee tegen heilige huisjes aan te schoppen. Hij is zelf geen vrijwilliger, maar in loondienst bij Divers: “Ik verkoop aandelen in ‘Mooi zo, Goed zo’ en verdien dus mijn eigen salaris”.

Vertel eens wat over ‘Mooi zo, Goed zo’
Jan de Rond: “Op dit moment koppelt ‘Mooi zo Goed zo’ de energie en creativiteit van bewoners aan de expertise en capaciteiten van bedrijven en instellingen door middel van sponsor- en fondsenwerving en de programma’s ‘helpende handen’, ‘talentenbank’ en ‘dubbel genieten’. Sinds 1996 investeerden zo’n 500 bedrijven en instellingen via ‘Mooi zo Goed zo’ in het maatschappelijk leven van ‘s-Hertogenbosch. In de samenwerking met talloze vrijwilligersorganisaties zijn rond de 600 projecten gerealiseerd. De totale gesponsorde waarde bedraagt meerdere miljoenen euro’s. Maar dat was aanvankelijk heel anders. In 1995 werd het project landelijk in 52 gemeentes gestart, waaronder dus Den Bosch. Het was een op Angelsaksische modellen gebaseerd initiatief. Wij kregen van de initiatiefnemers (het Juliana Welzijnsfonds, nu het Oranjefonds geheten) drie jaar de middelen om ons te ‘bewijzen’. Inmiddels zijn er van die 52 ‘Mooi zo, Goed zo’ projecten nog maar drie ‘in leven’: in Almere, Tilburg en wij dus. Een uitgangspunt voor ons was dat we ons niet zouden richten op competitiesport en ook niet op politieke en godsdienstige instellingen. Die eerste drie jaar waren redelijk succesvol, maar wij wilden meer. Mede op initiatief van burgemeester Rombouts gingen we ons toen vooral focussen op het bedrijfsleven. We noemden dat ‘sociaal aandeelhoudersschap’. En we deden en doen dat met succes!”

En het vrijwilligersnetwerk Galant?
“Zowel Galant als ‘Mooi zo Goed zo’ richten zich op de inzet van vrijwilligers, in alle aspecten daarvan. Waarbij aangetekend dat Galant zich vooral focust op het promoten van vrijwilligerswerk in ’s-Hertogenbosch. Galant adviseert en ondersteunt daarin. ‘Mooi zo, Goed zo’ richt zich met name op sponsorwerving en wordt ingeschakeld als er financiële, concrete hulp nodig is. Je zou kunnen zeggen dat deze twee organisaties broer en zus van elkaar zijn. Maar er is nog een gezinslid: de ‘Vrijwilligersacademie 073’, die zich voornamelijk richt op opleiding: cursussen, workshops e.d.”

Vrijwilligers, dat zijn mensen die onbetaald via netwerken, maatschappelijke verenigingen of een stichting werk verrichten. Maar kunnen vrijwilligers ook onbetaald in een bedrijf werken?
Jan de Rond: “Vrijwilligers en bedrijven, dat zijn zonder enige twijfel twee totaal niet te verenigen zaken. Mensen die onbetaald in een bedrijf werken? Dat gebeurde een paar eeuwen geleden misschien. Nu toch niet meer, of vergis ik mij? Soms lijkt het, tot mijn verbijstering, de gewoonste zaak van de wereld dat bedrijven zich bedienen van vrijwilligers. Grenzen vervagen of lijken te verdwijnen. Want medewerkers die niet betaald worden leveren het bedrijf extra financiële winst op. Van de gekke, toch? Maar daarnaast maakt ook een groot aantal maatschappelijke organisaties gebruik van personeel (betaald) én vrijwilligers (onbetaald). Het is als zoet en zout water, hetzelfde en toch anders. Zonder roeren en wrijving mengt het niet, net als personeel en vrijwilligers. Vrijwilligers in maatschappelijke organisaties zijn zeven dagen per week actief en eigenlijk altijd benaderbaar. Personeel werkt maximaal vijf dagen en is buiten werktijd niet benaderbaar. Dat is een lastige mix, die steevast gedoe oplevert”.

‘Onze Koning kent de geschiedenis niet’

Koning Willem Alexander heeft in een vrij recente troonrede eens gesteld dat we van een verzorgingsstaat naar een participatiemaatschappij gaan. Wat vind je daarvan?
Jan: “Onze koning kent blijkbaar de geschiedenis van zijn eigen land niet, als hij stelt dat we naar een participatiemaatschappij gaan! Een participatiemaatschappij bestaat namelijk al vijf eeuwen. In de middeleeuwen kenden we al vier verschillende standen: boeren, burgers, buitenlui en de adel. En die participeerden in de maatschappij hoor. Zonder die participatie hadden we de tachtigjarige oorlog niet gewonnen. Met andere woorden: het lijkt er op dat Willem Alexander (en de politiek) in die troonrede voor eigen parochie en uit overheidsbelang preekte. Of had hij het gewoon over oude wijn in nieuwe zakken?”
Kun je wat concrete voorbeelden noemen van zaken die (mede of vooral) dankzij de inbreng van vrijwilligersorganisaties hier in Den Bosch tot stand zijn gekomen?
“Zoals gezegd: er zijn in de loop der jaren mede en eigenlijk vooral door ons toedoen vele honderden projecten gerealiseerd. Teveel om op te noemen, maar ik kan er wel zomaar enkele uitlichten, zonder een voorkeur te willen aangeven: kinderboerderijen, de seniorenbus, de vrijwilligersacademie, stadswandeling ‘De Verscholen Stad’ die door daklozen wordt verzorgd, allerlei seniorenactiviteiten en een manege voor gehandicapten”.

Hoe is de samenwerking met en medewerking vanuit de gemeente?
Jan de Rond: “Ik zou daarvoor de termen ‘goed en matig’ willen gebruiken. Ik heb veel te maken met de afdelingen Beheer Openbare Ruimte, met de Afvalstoffendienst en met sommige politici. Die samen- en medewerking gaat doorgaans best goed. Ik heb wat meer moeite met de mensen ‘op kantoor’. Die contacten verlopen vaak stroef, helaas. Ik heb in mijn werk bij wijze van spreken liever te maken met mensen in werkkleding dan met ‘stropdassen’. Daarbij wil ik ook nog aangeven dat de gemeente altijd zo’n twee jaar achterloopt. Neem bijvoorbeeld de recente economische crisis, die in 2008 begon. Pas vanaf 2010 had dat zijn nadelig effect op wat de gemeente voor ons kon doen, twee jaar later dus. Maar nu de crisis al weer twee jaar achter ons ligt hebben wij nog steeds te maken met een gemeente die acteert zoals ten tijde van de crisis, snap je?”

We hebben vrijwilligers hard nodig in onze maatschappij, daar is iedereen het wel over eens. Hoe zie je de nabije toekomst als het om de beschikbaarheid en inzet van vrijwilligers gaat?
Jan de Rond: “Ik zie het, als we zo verder gaan, redelijk somber in. Ooit heb ik daarover een vergelijking gemaakt met een boer, die koeien heeft. Koeien hebben gras nodig, zoals vrijwilligersorganisaties vrijwilligers nodig hebben. Als boer verzorg je je grasland voor je koeien, net zoals je voor je vrijwilligers moet zorgen. Je kunt als boer je grasland uitputten door overbegrazen (te vaak en te veel koeien), net zoals je je vrijwilligers kunt uitputten door overvragen. Ik voorzie dat als gevolg van bevolkingsopbouw ons vrijwilligerscorps na 2020 zal gaan krimpen. De zogenoemde babyboomgeneratie stopt met werken en gaat mogelijk eveneens stoppen met hun vrijwilligerswerk. En ook de kwaliteit van de vrijwilligers gaat afnemen. Door de spectaculaire groei van het opleidingsniveau in de jaren 1965 tot 1975 gaan na 2020 voor het eerst in de geschiedenis mensen met een gemiddeld hoog opleidingsniveau stoppen met hun vrijwilligerswerk. Gevolg: braindrain, hoog opgeleiden (en niet alleen zij) lopen weg uit ons vrijwilligerscorps. Wat we daaraan kunnen doen? Allereerst moeten we een rem zetten op vrijwilligerswerk in (sociale) ondernemingen, c.q. organisaties met winstoogmerk. Een suggestie mijnerzijds: ontwikkel een transfersysteem voor vrijwilligers waarmee je de scherpe randen van de te verwachten krimp kunt opvangen. En tot slot: laat een capabele vertegenwoordiger van de vrijwilligers benoemen in de SER (Sociaal Economische Raad). Dan kunnen we wellicht spijkers met koppen slaan”.

‘Bosschenaren mopperen veel, klagen veel, zijn depressief en negatief’

Ben jij een geboren Bosschenaar?
Jan: “Nee, ik ben een boerenzoon uit West-Brabant, van oorsprong. Maar ik heb als kind ook gewoond in de Noordoostpolder, heb gestudeerd in Twente en gewerkt in Delft. En vanaf 1990 ben ik actief in ’s-Hertogenbosch en werk ik met en voor de Bosschenaren. Geen gemakkelijk volkje, die Bosschenaren. In doorsnee klagen ze snel, mopperen ze veel, zijn ze depressief en negatief. Nee, dat doen ze niet allemaal. Gelukkig niet… “.

Jan de Rond vreest dus een mogelijke terugloop van beschikbare en bekwame vrijwilligers in de nabije toekomst. Oud-burgemeester Rombouts zei in januari van 2017 over de toekomst van ‘Mooi zo, Goed zo’: “Netwerken zijn vergankelijk, evenals de behoeften van mensen. Zelfs een sterke organisatie als ‘Mooi zo, Goed zo’ moet de samenwerking blijven zoeken. Dan kan er nog veel moois ontstaan”

0 Reacties uitgeschakeld voor Ik zie het, als we zo verder gaan, redelijk somber in 576 02 juni, 2018 Interviews, Nieuws juni 2, 2018

Facebook Comments