‘Ik hoop dat Bosschenaren er trots op zijn’

Digitaal bladeren

‘Ik hoop dat Bosschenaren er trots op zijn’
Auteur:

‘Ik hoop dat Bosschenaren er trots op zijn’

Ambitieuze directeur Timo de Rijk wil excelleren met Design Museum

De omstandigheden waren zeer verdrietig. Verdriet dat nog steeds voelbaar was toen hij in september 2016 de plots overleden René Pingen opvolgde als directeur van het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch. Dat zal en kan niet makkelijk geweest zijn voor de in Vogelwaarde geboren Zeeuw en wetenschapper Timo de Rijk (54). We zijn inmiddels bijna twee jaar verder en hij heeft in die periode aangetoond dat wetenschappers van aanpakken weten. Het resultaat van die daadkracht is het Design Museum Den Bosch. Want zo heet het voormalig Stedelijk Museum sinds 1 juni 2018. Niet zomaar een naamswijziging, maar een weldoordachte (nieuwe) koers die het museum én de stad nog steviger op de Europese kaart moet gaan zetten.

Tekst: Jacky Goossens | fotografie: Olaf Smit

Werkt het? Als katholieke Zeeuw neerstrijken in het zuiden van het land? En als voormalig hoogleraar in het hart van de provincie Noord-Brabant leidinggeven aan een design museum van Europese allure terwijl je met je gezin in Rotterdam woont? “Geen enkel probleem”, zegt Timo de Rijk resoluut. “Het is niet zo dat ik het academisch wereldje beu was of met negatieve gevoelens in Leiden en Delft ben weggegaan. Absoluut niet. Maar ik was wel toe aan wat anders en wilde me graag weer meer met de inhoud bezighouden. Dat Den Bosch op het juiste moment op mijn pad is gekomen, heeft zo moeten zijn. Ik voel me hier op mijn gemak en volgens mij gaat het wel goed tussen het zuiden en mij. Hoewel ik me zeker kan voorstellen dat er Bosschenaren ‘aanslaan’ als ze horen dat een Randstedeling de scepter gaat zwaaien over hún stedelijk museum. Daarom vind ik het essentieel dat je je toegevoegde waarde kunt aantonen. En laat het duidelijk zijn: het museum is niet van mij, maar van de stad. Ik hoop dat de Bosschenaren er trots op zijn.”

Timo de Rijk was hoogleraar designgeschiedenis aan de TU Delft en de Universiteit Leiden. Hij was internationaal jurylid van de Dutch Design Awards in Eindhoven, ambassadeur van platform What Design Can Do en is nog (even) voorzitter van de Beroepsorganisatie Nederlandse Ontwerpers.

De roots van het Design Museum Den Bosch
Voor veel mensen komt de nieuwe naam wellicht uit de lucht vallen, zo niet voor de insiders. Het was een al lang(er) gekoesterde wens van onder andere de Raad van Toezicht dat het museum zich in die richting zou ontwikkelen. Dit verklaart de keuze voor Timo de Rijk, een tot dusverre perfecte match. Hij legt uit hoe en waarom de huidige koers in het verleden is ontstaan en daar een logische consequentie van is. “Eigenlijk is het allemaal al begonnen in de jaren ’50, met Jan van Haaren. Hij heeft met zijn gemeentelijke tentoonstellingsdienst en bijzondere keramiekverzameling- en exposities de basis gelegd voor wat in de jaren ’80 Het Kruithuis zou worden. Vervolgens is onder leiding van Yvònne Joris (voormalig directeur van Het Kruithuis en het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch, red.) een internationale verzameling van toegepaste kunst (design) ontstaan. Je hebt het dan al snel over zo’n 95% van de totale collectie. Wat ik maar wil zeggen: het is er altijd geweest. Design is altijd al het hart en de kracht van het museum geweest. Met de nieuwe naam Design Museum Den Bosch en met de focus op design onderstrepen we die kracht.”

Europa here we come
En zo wordt duidelijk dat de nieuwe naam niet zo zeer staat voor een koerswijziging, maar juist voor een expliciete vertaling van datgene waar het museum goed in is. Altijd al goed in is geweest. Over de ambities van het museum is Timo even expliciet: nergens in Europa zal zoveel design te zien zijn als in Den Bosch. Een stevige uitspraak. “Ha, dat lijkt misschien zo, maar in de praktijk gaat het al aardig die kant op. Het feit dat we per jaar zo’n acht tot tien tentoonstellingen met toegepaste kunst en design hebben, is uniek in Europa. En zorgt voor een internationale uitstraling. Dit krijgen we ook voor elkaar door samen te werken met andere musea zoals het bekende Duitse Vitra Design Museum in Weil am Rhein, het Design Museum in Londen en het Design Museum Gent. Prima hoor, die samenwerking, je hebt elkaar nodig, maar het hoofddoel is om in 2020 alle tentoonstellingen zelf te maken. Een voorbeeld? Op dit moment hebben we de expositie ‘Show yourself’ in huis. Die bestaat uit de geschonken privéverzameling keramiek van ontwerper Benno Premsela en de ruim 350 sieraden van Yvònne Joris, aan het museum gedoneerd door haar man. Daar ben ik niet alleen erg blij mee, maar ook ongelofelijk trots op. Het getuigt namelijk van vertrouwen. Het vertrouwen dat de collecties bij ons in goede handen zijn.”

Design is de wereld zelf
Het leuke van design is dat het dichtbij ons staat. Het gaat immers om ontworpen gebruiksvoorwerpen. Een sieraad dat je kunt dragen, een stoel waar je op kunt zitten of een lamp die in je huiskamer staat. Het is herkenbaar. Dit in tegenstelling tot de soms ongrijpbare kunst als onderdeel van cultuur met een grote C. “Design is de wereld zelf. En als het goed is, communiceert de designer met die wereld. Hij weet en wil weten wat er speelt en geeft hier een culturele lading en bedoeling aan. Doordat het om voorwerpen uit ons leven van alledag gaat, is design van ons allemaal. Een kunstenaar werkt anders. Hij maakt wat hij wil, heeft geen opdrachtgever. Die opdrachtgever is hijzelf.”

Of Den Bosch in het tentoonstellen van design gaat excelleren is voor Timo geen vraag, maar een feit. “Daar staan we voor en werken we naartoe. Dit doen wel al! Door het beste van het beste op het gebied van design naar Den Bosch te brengen. Ongeacht of we daarvoor naar de andere kant van de wereld moeten reizen of alleen maar de hoek om hoeven te gaan. Dit laatste bedoel ik letterlijk. Vlakbij het museum zit namelijk een schitterende schoenenwinkel. Puur design! Zo dichtbij kan het dus zijn. Dus, mochten er Bosschenaren zijn die denken: leuk, al die internationale ambities, maar wat hebben wij daaraan? Kom maar eens kijken naar de tentoonstelling Food is Fictie die we vanaf 30 juni in huis hebben. Dan kun je met eigen ogen zien dat design van ons allemaal is.”

Te zien tot en met 30 september 2018:
Show yourself
Een tentoonstelling van de privéverzamelingen van ontwerper Benno Premsela (1920-1997) en Yvònne Joris, voormalig directeur van het Stedelijk Museum ‘s-Hertogenbosch (1950 – 2013).
Naar een Design Museum
Een kleine maar informatieve presentatie over de voorgangers van het Design Museum Den Bosch. Met nooit getoonde ontwerpen van Gerrit Rietveld voor een tentoonstellingsgebouw uit 1963 en ontwerpen van Sjoerd Soeters en Borek Sipek.
Te zien vanaf 30 juni 2018 t/m 28 oktober 2018:
Food is Fictie Eten doe je ook met je ogen. Food is fictie laat zien hoe designers ons voortdurend verleiden met aantrekkelijke ontwerpen en smakelijke verhalen. In plaats van voedingsstoffen hebben we ook behoefte aan fictie. Een tentoonstelling over de culturele betekenis van ons eten

Design Museum Den Bosch De Mortel 4, Den Bosch Open van dinsdag tot en met zondag van 11.00 tot 17.00 uur Tickets en info: www.designmuseum.nl

0 Reacties uitgeschakeld voor ‘Ik hoop dat Bosschenaren er trots op zijn’ 947 27 juni, 2018 Interviews, Nieuws juni 27, 2018

Facebook Comments