Digitaal bladeren

“Partir c’est mourir un peu”
Auteur:

“Partir c’est mourir un peu”

Den Bosch – Wanneer je veertig jaar ergens woont kun je mooie verhalen vertellen over die plek. Zeker als dat de Bossche Postelstraat is in een huis met een rijke historie die zich daar op veel plekken laat zien. André (77) en Bernadette (71) van den Eerenbeemt zijn er na vier decennia wonen en werken en maar liefst zeven renovaties nog steeds enthousiast over. “Dit huis is ons leven. We hebben er heel veel mooie herinneringen aan en daarom zal een afscheid ook wel pijn doen. “Partir c’est mourir un peu” geldt dus zeker voor ons”, stelt Bernadette.

Vergeleken met veel andere panden in de binnenstad oogt de voorgevel niet spectaculair groot. Maar achter de voordeur blijkt het huis, dat oorspronkelijk stamt uit de 15e eeuw, veel breder dan dat je van de straat af gezien vermoedt. Een gang geeft toegang tot een ruime ontvangsthal. Je denkt direct: “ja, zo moet een “oud“ huis eruit zien. Wanden en vloeren met op elkaar afgestemde tinten. En je wordt aangenaam verrast door de vele authentieke elementen die door de vele renovaties zijn blootgelegd en met veel zorg zijn geconserveerd. Zeker als je de gigantische woonkeuken binnenkomt met een mooie hardstenen vloer en gezellige grote eettafel overvalt je het gevoel dat je er niets aan hoeft te veranderen om je direct thuis te voelen als een eventuele nieuwe bewoner. Na een eerste kopje koffie met koek volgt een wandeling door het immens grote pand waarbij je van de ene in de andere verbazing valt.

Spookfeestjes
Eerst maar eens de kelder die op de eerste plaats opvalt door de oppervlakte. In het voorste gedeelte bevindt zich een waterput die stamt uit de tijd dat maar enkele mensen in de stad een eigen watervoorziening hadden en dus niet naar de markt hoefden. André licht de deksel van de put. We kijken naar kristalhelder water. Maar er is nog meer te zien in de kelder. Door een kruip-door-sluip-door gangetje komen we in een kleiner gedeelte dat tijdens de oorlogsjaren aan verschillende personen onderdak heeft geboden. Een in roetletters geschreven naam van een Canadese soldaat is een stille getuige. “Onze kinderen hebben ook zo genoten van dit gedeelte van het huis. Ze hebben hier spookfeestjes gehouden en griezeltoneelstukjes opgevoerd”. Elders in het huis geeft een luik toegang tot een ruimte waar de kinderen van André en Bernadette ook “geheime” bijeenkomsten hielden.

Zeven renovaties
Een monumentale trap brengt ons verder naar allerlei ruimtes die in het verleden deels als werkplekken en privé-vertrekken dienst hebben gedaan. Vooral de zolderverdieping is imposant. Veel licht door de vele dakramen. Ook hier geldt weer dat alles met zorg en smaak is gedaan. ”Bij ons heeft tijdens de zeven renovaties altijd voorop gestaan dat we de oorspronkelijke elementen wilden bewaren. Het pand verdiende dat in onze ogen”, aldus Bernadette. Opvallend is het vele licht in het diepe huis. Dit komt doordat het huis aan de achterkant helemaal vrij staat.Uiteindelijk komen we in de ruim bemeten tuin. Ook hier zijn alleen maar superlatieven voor te bedenken. Een prachtige originele veranda. En vanuit de tuin direct zicht op de Binnendieze waar net een schipper met passagiers langs vaart.

Diversiteit
Terug naar de keukentafel. Naar de verhalen. André: “We hoeven hier niet weg maar je moet wel realistisch zijn. Gelukkig zijn we goed gezond maar het pand wordt nu voor ons tweetjes wel een beetje erg groot. Toen onze vier kinderen nog thuis woonden en we ons tuin- en landschapsarchitectenbureau aan huis hadden, was dat natuurlijk anders. Iedereen verklaarde ons destijds overigens voor gek dat we hier gingen wonen. Er moest immers gigantisch veel aan het pand worden gedaan. Maar ook de directe leefomgeving was, laten we maar zeggen, anders dan anders. Voor ons was dat juist het leuke. Dit gedeelte van de stad had veertig jaar geleden een slechte naam. Veel kroegen waar je niet zo maar binnenging met aanverwante clientèle, veel woningen met achterstallig onderhoud en ga zo maar door. Vreemd genoeg was het juist die diversiteit die ons zo aantrok.”

In het oog is het rustig
Bernadette valt hem bij: “Om uit te leggen dat wij ons hier toch veilig voelden, haalde ik altijd het beeld aan van het oog van een orkaan waar het juist windstil is. Zeker in de beginjaren hebben we ook allerlei buren gehad. Van krakers tot mensen die het niet zo nauw namen met mijn en dijn. Maar ik kan niet zeggen dat dat ons woonplezier heeft bedorven. Wij zijn nu eenmaal stadsmensen. Die randverschijnselen namen we voor lief”. Bernadette: “Wij, maar ook onze kinderen, hebben hier altijd met heel veel plezier gewoond en gewerkt. Dus als het aan ons ligt wordt het te zijner tijd weer een mooi plekje in de binnenstad. Alleen dan wat kleiner!”

 

0 0 1370 17 maart, 2015 Interviews maart 17, 2015

Facebook Comments