Digitaal bladeren

Auteur:

Flarden

Ik fiets over de Heinis in Noord: zonder veel twijfel het mooiste fietspad van ’s-Hertogenbosch. Geen haast, want eigenlijk hoef ik nergens naar toe. De zon schijnt, er waait een zacht briesje: de lente klopt aan de deur. Zojuist heb ik mijn jas in mijn fietstas gestopt. Dan zie ik op een bankje naast het fietspad twee nette dames zitten. Ze zijn druk in gesprek en ik kan het niet helpen dat ik, terwijl ik voorbij fiets, flarden van hun gesprek opvang. Of eigenlijk maar eentje: een flard dus. Die flard gaat als volgt: “Hij zegt van niet, maar ik weet niet zeker of ik hem ……”, de rest waait zachtjes weg. Nou heb ik een nare eigenschap, jongens: ik ben behoorlijk nieuwsgierig. Dus ga ik me afvragen, terwijl ik verder fiets, waar die twee het over hadden. De flarden (vooruit, de flard) die ik echt heb gehoord geeft daarover geen uitsluitsel natuurlijk. Maar al fietsend fantaseer ik er wel over. Heeft de ene aan de andere dame wellicht gevraagd of haar man een vriendin heeft, een buitenechtelijke relatie? En als dat zo is, wat bedoelt ze dan met ‘Maar ik weet niet zeker of ik hem….’? Is dat ‘Maar ik weet niet zeker of ik hem kan vertrouwen’, misschien? Ik glimlach bij die even stoute als foute gedachte. Mogelijk bèn ik soms wel een beetje stout en fout. In mijn fantasie dan, wees gerust. Inmiddels ontmoet ik twee wandelaars. Weer twee vrouwen, veertigers schat ik in, in sportieve kleding. Ook die twee zijn druk in gesprek. En weer kan ik het echt niet helpen dat ik, terwijl ik hen voorbij fiets, een flard van hun gesprek opvang. Ik hoor het volgende: “Nee, daar heb ik hem allang niet meer gezien. Zegt hij dan …….“, de rest waait opnieuw zachtjes weg. En wat er dan gebeurt is volslagen onlogisch, maar het overkomt me gewoon. Ik ga de ene flard met de andere combineren. Alsof de twee dames op het bankje dezelfde zijn als de twee sportieve vrouwen driehonderd meter verderop. Het wordt voor mij één gesprek. Toegegeven, dat is een vreemde afwijking. Maar wel een spannende. Want de ene dame heeft dus straks gesteld dat ze niet zeker weet of ze ‘hem kan vertrouwen’ en de andere zegt nu dat ze ‘hem daar allang niet meer heeft gezien….’ Waar niet meer heeft gezien? Op de tennisclub? Heeft de vreemdgaande man zijn vrouw wellicht verteld dat hij op vrijdagavond gaat tennissen, terwijl hij zich met heel wat minder sportieve zaken bezighoudt? Ik fiets verder en vraag me af wat er nu weer op mijn pad zal komen, want er loopt nog meer los volk over de Heinis. Vol verwachting kijk ik uit naar een jong stel dat ik zie aankomen. De jeugdige vader heeft zijn zoontje op zijn schouders getild. Mamma lacht heerlijk happy. Maar wat zéggen ze tegen elkaar, dat wil ik weten. Want terwijl ik hen nader zie ik dat ze met elkaar praten. Het ventje op de schouders van zijn vader roept al van verre naar mij: ‘Dag opa!’. Voor alle duidelijkheid, ik ben zijn opa niet. Althans, daar is mij niets naders over bekend. Ik vermoed dus dat de tinten van mijn haar (het zijn er pakweg vijftig) het manneke tot zijn uitroep hebben verleid. Maar terwijl ik het happy couple passeer vang ik wel een deel van hun gesprek op. Een flard, zeg maar. Ik hoor de vader met zijn zoontje op de schouders. Hij kijkt ineens heel serieus. “Moet ik het nou aan m’n moeder vertellen of niet….. ? “ De rest waait zachtjes weg. Dat is dus de zoon van die vreemdganger, zo concludeer ik zonder dralen vanuit mijn inderdaad vreemde afwijking. Hij heeft zijn vader betrapt. Jongens, ik ga nou meteen aan jullie toegeven dat je hier kennis maakt met een op z’n minst rare afwijking van ondergetekende. Want de zes mensen die ik zojuist aan je heb voorgesteld hebben met elkaar niks te maken. Helemaal niks. Al die combinaties zijn fantasierijke veronderstellingen, meer niet. Maar ik doe er niemand kwaad mee want ik deel ze alleen met jullie en met niemand anders. En fietsen wordt zo wel een stuk leuker. Niet dan?

Hans van Kasteren

0 0 1146 25 april, 2015 Column april 25, 2015

Facebook Comments