Digitaal bladeren

Jo Timmermans: een bevlogen stadspromotor
Auteur:

Jo Timmermans: een bevlogen stadspromotor

‘Dit is mijn allereerste interview’

Jo Timmermans. In ’s-Hertogenbosch iemand die echt meetelt. Zijn mening ‘doet er toe’. Kunstliefhebber, kunstkenner en groot promotor van zijn stad ’s-Hertogenbosch. Was tussen 2003 en 2010 voorzitter van Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch. Zijn inzet en inzicht droegen er in niet geringe mate toe bij dat Kring Vrienden in die periode professioneler en op een hoger niveau kon gaan opereren, met behoud van de eigen identiteit en de menselijke maat. Inmiddels is hij niet meer in een bestuursfunctie betrokken bij de Kring, maar wel actief als voorzitter van een werkgroep. Timmermans was de stuwende kracht achter het Bossche Prentenmuseum en samen met zijn partner Gerdy de grote en vasthoudende initiator van het Jheronimus Bosch Art Center. Het JBAC geldt nu internationaal als een voorbeeld van hoe een kerkgebouw een waardige bestemmingswijziging kan ondergaan.

Tekst: Hans van Kasteren | Fotografie: Olaf Smit

Maar Jo Timmermans krijgt tot op de dag van vandaag ook kritiek. Hij zou allerlei zaken die in de stad spelen te veel naar zijn hand zetten en mede daardoor inmiddels een niet door allen gewenste machtsfactor in met name het Bossche culturele leven zijn. Het siert Timmermans dat hij in zijn reacties op die kritiek nooit ‘op de man’ speelt en geen namen noemt, tenzij in het positieve. Hij reageert altijd inhoudelijk, ook in dit artikel. Timmermans zoekt daarin de media niet op. Ook dat siert hem. Hans van Kasteren drinkt dan ook graag een kop koffie met hem.

‘Waarom lezen we nooit een interview met jou?’
“Ik heb een mening over ontwikkelingen in de stad met betrekking tot cultuur en cultuurtoerisme. Die mening ventileer ik op plaatsen die ik verkies. Ik zoek de publiciteit nadrukkelijk niet. Ik hoef de spotlights niet, heb ik niet nodig. Het is ook niet zo dat ik jullie heb benaderd, maar jullie míj (dat is juist, red.). In principe doe ik geen interviews. Sterker nog: dit is het eerste interview waar ik ooit mijn directe medewerking aan heb gegeven. Dat doe ik nu omdat er juist op het terrein van cultuur en cultuurtoerisme grote veranderingen aankomen. Of er al zijn! En ik heb een visie op dit terrein. Een visie die ik op deze plaats graag met iedereen wil delen, want ’s-Hertogenbosch gaat mij aan het hart.”

‘Welke veranderingen bedoel je?’
“Het wordt nooit meer wat het geweest is. De stad en haar bewoners zijn onderhevig aan grote maatschappelijke veranderingen, we verkeren in een transitiefase. De lokale bestuurders moeten keuzes maken. Ik ben blij met het coalitieakkoord, maar nu moet er doorgepakt worden. Op de eerste plaats de letterlijke zorg voor de bewoners in alle facetten; dit lijkt bij wethouder Kagie in goede handen te zijn. Doordat een terugtredende overheid en demografische ontwikkelingen samenvallen is er een nieuwe ontwikkeling op gang gekomen: een sociale, actieve burgerparticipatie met ‘people planet’ en ‘social return’ als hun eigen identiteit. Onder meer de overheid herkent en erkent deze ontwikkeling nog niet. We kennen in onze stad al enige jaren een succesvol vrijwilligersmodel: organisaties met een kleine professionele staf die wordt bijgestaan door uiterst gemotiveerde, sociaal bewogen en goed opgeleide vrijwilligers. Voorbeelden te over: de voedselbank, geloofsgemeenschappen, Kring Vrienden van ‘s-Hertogenbosch, het Zwanenbroedershuis, het Jheronimus Bosch Art Center, de Stichting Kamerklanken en havenconcerten met muziek op de Binnendieze. Stuk voor stuk organisaties van burgerparticipatie. Geld is niet de drijfveer, maar juist betrokkenheid om een bijdrage te leveren aan de sociale, economische en cultuur-toeristische ontwikkelingen van onze stad. De lokale overheid weet deze ontwikkeling nog niet te duiden. Anderen verwarren deze ontwikkeling met macht en zijn daardoor vaak angstig om er op een open wijze mee samen te werken. Steeds vaker wordt een beroep op vrijwilligers gedaan, maar vaak hebben bestuurders geen idee hoe zulke organisaties te leiden. Er worden van deze bestuurders andere competenties verwacht dan bij zakelijke ondernemingen. De vrijwilliger als mens in al zijn verschijningen, hoedanigheden en eigenaardigheden staat immers centraal en dient dat ook op een natuurlijke wijze te ervaren. Vrijwilligers zijn de smeerolie van deze maatschappij. Zij vormen de zogenaamde secundaire economie en daarom moeten ze gekoesterd en geprezen worden. Meer vrijwilligers wil gelijktijdig zeggen: meer draagvlak!”

‘Vrijwilligers zijn de smeerolie van deze maatschappij’

Goed, een terugtredende overheid. Zijn er nog meer veranderingen?
“Jazeker. Ik beperk me tot het onderwerp cultuurtoerisme. Bij de gemeente ontbreekt mijns inziens een cultuur-toeristische visie. Er was jarenlang geen consistent beleid op dit gebied. Dat heeft het toerisme in het algemeen en het cultuurtoerisme in het bijzonder geen goed gedaan. Terwijl de toeristische sector een belangrijke pijler en katalysator is van de economie van onze stad. Gelukkig zie ik hier wel een belangrijk lichtpunt voor onze stad, omdat sinds kort de portefeuilles van Cultuur en Toerisme bij één wethouder zijn ondergebracht. Die is voortvarend van start gegaan met de vorming van het erfgoed cluster. Een pluim voor deze daadkracht! Maar er moet worden doorgepakt. De rol van de VVV in haar huidige vorm is gedoemd te verdwijnen; dat ligt niet aan de directeur Rein de Laat maar aan gelijktijdig samenvallende ontwikkelingen. Het ontbreken van een toeristische visie, het teruglopen van subsidies en de ontwikkelingen in de informatiesamenleving (ICT en internet). Ook de onmogelijke huisvesting en het feit dat ze op zondag gesloten zijn, dragen niet bij aan het niveau van dienstverlening waar onze stad recht op heeft. Landelijk verdwijnen er steeds meer VVV’s uit het straatbeeld. Een trend vergelijkbaar met die van de reisbureaus. De gemeente moet hier duidelijkheid scheppen; de VVV verwordt immers tot een winkel in prullaria gecombineerd met een eetgelegenheid.

‘Gemeente: spaar de kleinere amateur podiumkunsten bij de bezuinigingen

Dat laatste is niet uit luxe gedaan. De kerntaak van uitstekend gastheerschap verleend door goed opgeleid personeel in de vorm van eerstelijns-informatie gaat volledig verloren. Ik roep de gemeente dan ook op om in te zetten op een sterke ontwikkeling van citymarketing en daar ruimhartig geld voor vrij te maken. Ik roep de gemeente verder op om beleid te maken sámen met overige uitvoerende partijen in de markt. De gemeente moet voorwaardenscheppend zijn. De omstandigheden in de markt zijn veranderd: handel daar dan ook naar. Gun je stad de beste promotie en laat de uitvoering daarvan over aan de marktpartijen die bewezen hebben dit te kunnen. Een stad die investeert in cultuurtoerisme bevordert daarmee een goed ondernemingsklimaat voor bedrijven en bewoners. Ook roep ik het college op om de kleinere amateur podiumkunsten te sparen bij de bezuinigingsoperaties die op handen zijn. Ik moet er niet aan denken dat bijvoorbeeld harmonieën en fanfares, die een lange sociale traditie hebben en voor een sterke binding in de samenleving zorgen, zouden verdwijnen. Laat voortaan de Stichting Kamerklanken, met 80 succesvolle lunchconcerten, de Toonzaal programmeren. Niet onder de leiding van een door de gemeente aangestelde directeur, maar volgens het vrijwilligersmodel dat ik zojuist noemde. Daarmee kan de stichting ook haar eigen identiteit behouden. En de gemeente bespaart geld.”

‘De gemeente moet
voorwaardenscheppend zijn’

‘Ik ben trots op deze stad’
“Ik hecht er grote waarde aan om te zeggen dat ik trots ben op deze stad en op dat wat er tot stand gekomen is de afgelopen twintig jaar. Er zijn in de toeristische infrastructuur van onze stad geweldige prestaties geleverd, zoals de restauratie van de vestingwerken, de ontwikkeling van de stad met de aanleg van de rondweg, de prachtige Parklaan en Zuidwal, het Museumkwartier, de opgeknapte Pettelaarseweg, de omgeving van het nieuwe JBZ ziekenhuis, de Parkeergarage St.Jan, de aanleg van de Groote Wielen, Haverleij, het Bolwerk Sint Jan en het Paleiskwartier met de fraaie Paleisbrug. Zonder anderen tekort te doen maak ik hier een diepe buiging voor Willem van der Made, een man met visie, vastberadenheid en vooral kennis van zaken van wat we vroeger het grondbedrijf noemden. Hij is onze stad trouw gebleven en heeft de stad vorm gegeven. Ook hecht ik er aan om de stad te complimenteren voor het ter beschikking stellen van geld om het Jeroen Boschjaar tot een succes te maken. Het getuigt van lef om in deze tijd je nek uit te steken voor een dergelijk evenement. Natuurlijk kijken we uit naar de tentoonstelling in het Noordbrabants museum. De directeur van het museum verdient een compliment voor het binnenhalen van zoveel werken. Maar er is veel meer: een uitgebreid Bosch programma gedurende het gehele jaar in en buiten onze stad met samenwerkende musea in Brabant, dansvoorstellingen, theaterproducties, film, de ‘Wereld van Bosch’, ‘Bosch Requiem’, Bosch Experience etc. Een programmering die zonder de vasthoudendheid, de kennis en het netwerk van Ad ’s-Gravesande (Stichting JB 500, red.) nooit tot stand zou zijn gekomen. En natuurlijk kan iedere bezoeker terecht in het prachtige Jheronimus Bosch Art Center waar een grote groep van goed opgeleide vrijwilligers al jaren Jheronimus Bosch onder de aandacht brengt. In 2016 zijn er in het JBAC drie grote en belangrijke tentoonstellingen!”

5 Reacties uitgeschakeld voor Jo Timmermans: een bevlogen stadspromotor 2226 18 oktober, 2015 Nieuws oktober 18, 2015

Facebook Comments