Digitaal bladeren

“Flikker op!”
Auteur:

“Flikker op!”

Op een vroege maar zonnige donderdagochtend eerder deze maand liep ik vanuit de Hinthamerstraat naar de Bossche Markt. Ik had me een uurtje vergist in het tijdstip van een afspraak en ging om de tijd te doden even zitten aan de voet van het Jeroen Bosch standbeeld. Mooie plek om tot rust te komen, prima plek om een krantje te lezen of naar mensen te kijken. Ik keek uit op ‘De Kleine Winst’, de veronderstelde plaats van het atelier van de grote man aan wiens voeten ik me bevond. Ik probeerde me voor te stellen hoe deze omgeving er rond die tijd (zeg 1500) uit zag. Net op dat moment kwam er een man naast me zitten. Een zware man. Hij keek me aan, dat zag ik uit mijn ooghoeken. “Ik ken jou niet”, zei hij ineens. Het duurde enkele seconden voordat ik besefte dat hij het tegen mij had. “Nou, dat komt dan goed uit”, reageerde ik ad rem, “want ik ken jou ook niet”. Mijn pas verworven buurman lachte donker. “O, gij bent er eentje van de humor. Da’s mooi, humor. Daar moet ik wel eens om lachen”. Hij hield me een buil shag voor. “Sjekkie draaien? Zal ik er eentje voor jou doen? Of rokte gij nie?” Ik maakte hem duidelijk dat ik inderdaad niet rookte. “Aha!”, zei hij. “Een geheelonthouder. Dacht ik al toen ik jou zag zitten. Geen sigaretje, geen pilske ok nie ok nie, zeker?” Dat misverstand kon ik rap wegnemen. “Nou, een pilsje of een wijntje gaat er bij mij echt wel in, hoor”, zei ik met een glimlach. “Dus ge lust wel een pilske. En ge kunt nog lachen ook. Dan kunde gerust blijven zitten”. Ik keek hem vragend aan. “Dus als ik geen bier drink en niet rook, dan moet ik oprotten”? “Nee, jungske, natuurlijk nie. Witte wat het is? We zitten hier elke dag met een man of acht te ouwehoeren. Bosschenaren, wittewel. Een bietje op leeftijd met z’n allen. En daar mag iedereen aan mee doen, aan dat geouwehoer. Maar het helpt als ge d’r een bietje bij heurt. En unne keer een blikje Heineken meeneemt voor iedereen. Of een sigaartje. Snapte?” Ik snapte hem. Een mooie man, een type. Daar houd ik wel van, van types. Ik besloot hem wat te vragen. Nu kon het nog, het was rustig aan de voet van Jeroen Bosch. Die bejaarde maten van mijn buurman waren nog niet in beeld. “Wonen jullie allemaal in Den Bosch?”, vroeg ik onbescheiden. “Ja, wa denkte? In Rosmalen zeker, of nog erger: Engelen! Nee, jungske, wij komen uit de Bartenbuurt, of uit Orthen. Of de Graafsewijk. Dus nie uit de binnenstad, nie uit de Choorstraat of de Peperstraat nie. Echt nie. Wij zijn èchte Bosschenaren”! Door zijn openheid aangemoedigd besloot ik nog wat door te vragen. Ik wilde weten hoe hij stond tegenover de komst van al die buitenlanders, vluchtelingen. “Moette luisteren”, zei ik dan ook met enige schroom. “Dadelijk komen er weet ik hoeveel van die vluchtelingen op ons af. Coudewater, da’s toch ook Den Bosch! Hoe gaan we dat in godsnaam allemaal regelen?” Mijn zware buurman stond op. Moeizaam. Hij ging recht voor me staan en keek streng en met ingehouden woede op me neer. “Nou moette gìj eens goed luisteren, jungske. Wat ik nou ga zeggen geldt voor mij, dus zeker niet voor iedereen hier. Helemaal niet zelfs. Maar ik vind dat die vluchtelingen ook mènsen zijn, heurdeda? Mènsen! En moeten wij die lui dan een schop onder de kont geven en wegbonjouren? Flikker nou toch eens op! Flikker op! Ik zou me kapot schamen als we dat zouden doen. Ik kan daar zó kwaad over worden, wat die andere gasten hier ook zeggen, witteda? Gij stemt zeker ook op die Wilders? Nou, loop dan maar lekker deur. Houdoe!”

Hans van Kasteren

6 Reacties uitgeschakeld voor “Flikker op!” 1129 24 oktober, 2015 Column oktober 24, 2015

Facebook Comments