Digitaal bladeren

‘Misschien zijn mensen nog wel het meest blij dat ze weer gewoon Nederlands kunnen praten’
Auteur:

‘Misschien zijn mensen nog wel het meest blij dat ze weer gewoon Nederlands kunnen praten’

IC-verpleegkundige Gerard Muller reddende engel in het buitenland

Je staat er eigenlijk nooit bij stil. Stel, je wordt (ernstig) ziek in het buitenland en bent er dusdanig aan toe dat je niet zonder medische begeleiding terug kunt naar Nederland. Wat dan? Gerard Muller (63) weet het. Hij is een van de IC-verpleegkundigen die namens het VZA International in Waalwijk zieke mensen ophaalt en voor de medische begeleiding tijdens de reis naar huis zorgt. Een bijzondere job, repatriëren, want je weet nooit waar, wanneer en onder wat voor omstandigheden je je werk moet doen. Het is Gerard, ook werkzaam als verpleegkundige op de Intensive Care van het Jeroen Bosch Ziekenhuis, op het lijf geschreven. Dienstbaar en zorgzaam zijn en ondertussen ook nog wat van de wereld zien. Van Zwitserland tot Bali.

Tekst: Jacky Goossens

Hij is een geboren Bosschenaar, heeft een zoon en een dochter, vier kleinkinderen en reizen en zorgen hoort bij zijn leven zoals rood-wit-geel bij Oeteldonk. In zijn jongste jaren speelde dat reizen zich nog af in een straal van een paar kilometer binnen de stadsgrenzen. Van Graafseweg naar Boschveld, van Boschveld naar de Kruiskamp en van de Kruiskamp uiteindelijk naar de binnenstad. Gedreven door een behoefte aan uitdaging en zelfontwikkeling kwam rond zijn 32e, zeg maar eind jaren tachtig het buitenland op zijn pad. “Ik werkte toen in het Willem-Alexander ziekenhuis en leerde daar iemand kennen die mij in contact bracht met een ambulancedienst in Bruinisse. Daar waren ze dringend op zoek naar verpleegkundigen voor de repatriëring van zieke mensen in het buitenland. Dat leek me geweldig, dus daar hoefde ik niet lang over na te denken. Ik kon het combineren met mijn werk in het ziekenhuis en heb vervolgens twee jaar voor ze gewerkt.”

Golfoorlog
Deze stap was, zeker achteraf gezien, bepalend voor het verdere verloop van zowel Gerard’s werk- als privéleven. “Door die reizen leerde ik onder andere verpleegkundigen uit Saoedi-Arabië kennen. Dankzij die contacten kon ik daar in ’89 voor twee jaar naartoe. Permanent.” Een nogal heftige stap als je getrouwd bent

Ik kreeg daar voor het eerst van mijn leven te maken met oorlogsslachtoffers,
een vak apart binnen ons vak’

en kleine kinderen hebt. “Dat is misschien wel zo, maar mijn toenmalige vrouw Ineke -we zijn uit elkaar gegaan toen ik uit Saoedi-Arabië terugkwam- had zelf een tijd in Zwitserland gewerkt en altijd tegen mij gezegd: als je de kans krijgt om naar het buitenland te gaan, doen! Ook speelde mee dat ik in die periode ontdekte meer voor mannen dan voor vrouwen te voelen. Dit bracht natuurlijk veel teweeg. Ineke gunde het mij niet alleen, het was op dat moment ook gewoon goed om letterlijk en figuurlijk afstand te nemen van elkaar.” En dus vertrok Gerard naar Saoedi-Arabië. Om te gaan werken op de intensive care van een militair ziekenhuis, precies in het jaar dat de Golfoorlog uitbrak. “Ik kreeg daar voor het eerst van mijn leven te maken met oorlogsslachtoffers, een vak apart binnen ons vak. Ik heb er zo ontzettend veel geleerd, op allerlei gebied. Zo’n ervaring neem je de rest van je leven mee, een echte verrijking.”

Natuurlijk miste Gerard zijn kinderen, ondanks veel telefonisch contact, brieven en tussentijdse vakanties. Het was een belangrijke reden, zo niet de belangrijkste reden om na twee jaar weer terug te gaan naar Nederland. Maar het zaadje was geplant, eenmaal geproefd van (werken in) het buitenland, bleef dit daarna altijd als een magneet aantrekkingskracht houden. In combinatie met zijn ondernemings- en ontwikkelingsdrang kon het bijna niet anders dan dat het werken over de grenzen van Nederland weer op zijn pad zou komen. Al ging daar nog wel een flink aantal jaren overheen. “Dit had natuurlijk te maken met de kinderen, maar ook met het feit dat Ineke heel erg ziek werd. Onze zoon en dochter kwamen bij mij wonen en de jaren voordat ze overleed, heb ik samen met mijn toenmalige vriend voor haar gezorgd. Werken buiten Nederland was niet aan de orde, maar ik heb wel al die jaren contact gehouden met mijn buitenlandse collega’s. Ik zoek ze ook nog regelmatig op. Eind november vertrek ik weer voor een paar dagen naar Libanon.”

Koffertje en rescuebag staan klaar voor vertrek
Ondertussen zijn we zoveel jaar verder, zijn de kinderen groot, getrouwd en zelf papa en mama, is Gerard minder gaan werken in het JBZ en hoorde hij dat VZA International in Waalwijk op zoek was naar ervaren verpleegkundigen voor de repatriëring van zieke Nederlanders in het buitenland. Eigenlijk precies waar hij naar op zoek was: het combineren van zorgen en reizen. “VZA International doet aan wereldwijde repatriëring van zieke en gewonde mensen, per ambulance of per vliegtuig. Het is ooit opgezet door twee verpleegkundigen, maar inmiddels een hele organisatie geworden. De vraag om repatriëring komt altijd van een verzekeringsmaatschappij. Die neemt contact op met VZA en geeft opdracht om een patiënt in bijvoorbeeld Spanje op te halen. De medewerkers, met allemaal een medische achtergrond, zetten dan alles in werking en gaan in het bestand kijken wie beschikbaar zijn voor een reis. Ik geef iedere 2 tot 3 weken door wanneer ik inzetbaar ben en gemiddeld komt dat neer op zo’n acht tot tien dagen per maand.”

‘je kunt natuurlijk ieder moment gebeld worden
en binnen een paar uur moeten vertrekken’

Gerard loopt naar de hal en komt terug met een indrukwekkende rugzak, een ‘medical rescuebag, zijn standaarduitrusting als hij op pad moet. “Kijk, dit gaat dan mee. Hierin zit alles dat nodig is aan medicijnen en medische hulpmiddelen. Voordat ik afreis, ga ik langs bij XX VZA waar de voorraad wordt aangevuld. Daarnaast heb ik in de periode dat ik opgeroepen kan worden altijd een koffertje klaarstaan met mijn persoonlijke spullen. Want tja, je kunt natuurlijk ieder moment gebeld worden en binnen een paar uur moeten vertrekken.” Afhankelijk van (de ernst van) de situatie, reist Gerard alleen, met een arts of met een ambulancechauffeur. Op basis van een zogeheten ‘zorgbericht’ weten ze precies wat hen te wachten staat. Eenmaal aangekomen op de plaats van bestemming, neemt hij direct telefonisch contact op met de patiënt of de familie van de patiënt. “Mensen vinden het fijn om te weten dat je er bent. Dat heeft iets geruststellends. Als het even kan, ga ik er direct naartoe, tenzij het midden in de nacht is, dan stel je dat uit tot de volgende ochtend. Eigenlijk zijn ze altijd blij om je te zien. Misschien nog wel het meest omdat ze weer gewoon Nederlands kunnen praten. En omdat ze weten dat ze naar huis gaan natuurlijk!”

Delier in het vliegtuig
Het gaat altijd om patiënten die behoorlijk ziek zijn. Vaak hebben ze zuurstof nodig en dat mag alleen door een IC-verpleegkundige worden toegediend. Denk aan mensen die een zwaar ongeluk hebben gehad, mensen met ribfracturen, bekkenfracturen, COPD-patiënten (longziekte) of mensen die op vooraf bepaalde momenten medicatie nodig hebben. Ook moet je vooraf lab-uitslagen kunnen interpreteren. En, niet onbelangrijk, met lastige, onverwachte situaties om kunnen gaan. Laatst kreeg iemand in het vliegtuig een delier. Een delier wil zeggen dat iemand ineens totaal verward is en niet meer weet wat hij doet. Die patiënt wilde in het vliegtuig van de brancard af, maar dat was natuurlijk niet de bedoeling. Je moet dan wel weten wat je moet doen om de situatie onder controle te krijgen. Vooral rustig blijven dus!” Eenmaal terug in Nederland blijft Gerard bij zijn patiënt tot ín de ziekenhuiskamer. “Je wilt zeker weten dat je je patiënt goed achterlaat. Ook is het vrijwel altijd zo dat mensen meteen in quarantaine moeten omdat ze een MRSA bacterie met zich mee kunnen dragen. Het is fijn als je er ook bij dit laatste stukje van de repatriëring voor ze bent.” Nadat hij afscheid heeft genomen gaat hij naar huis. Het avontuur zit erop.

‘met een beetje geluk ook wat van het land zien
of van de zon genieten’

Gerard is inmiddels in Italië, Tenerife, Spanje, Turkije, Zwitserland, Oostenrijk en Bali geweest voor VZA. Met een beetje geluk heeft hij ook nog wat tijd om wat van het land te zien of van de zon te genieten. Zoals toen hij in Bali een patiënt moest ophalen. “Haha, dat was niet verkeerd nee. Het is een prachtig, zonnig land en mijn hotel was vlakbij het strand. Maar ja, daar doe je het ook wel een beetje voor. Het ontmoeten van nieuwe mensen, het leren kennen van andere culturen, het reizen, de contacten met de bemanning van het vliegtuig, de familie van patiënten, de buitenlandse collega’s, er zijn voor patiënten. Daar word ik echt blij van.” Gerard heeft zijn niche gevonden. Als vader, opa, zorgzame man en door de wol geverfde IC-verpleegkundige met een fijne job en fijne collega’s in het JBZ, een lekker appartement midden in zijn stad Den Bosch en de zekerheid van weer een nieuw avontuur. Zijn koffertje en ‘medical rescuebag’ staan al klaar voor de volgende reis.

0 Reacties uitgeschakeld voor ‘Misschien zijn mensen nog wel het meest blij dat ze weer gewoon Nederlands kunnen praten’ 574 02 december, 2018 Interviews, Nieuws december 2, 2018

Facebook Comments