Digitaal bladeren

Noodkreet
Auteur:

Noodkreet

Huub van Mackelenbergh, trainer-coach en eigenaar van M-B Training. Presentator en bekende Bosschenaar. Hij schrijft regelmatig een column voor 073 Magazine.

Wat wonen we toch in een leuke stad. Als we eerlijk zijn dat hoort ons stadje bij de leukste drie steden van het land. We hoeven ons hoofd maar buiten de stadsgrens te steken, een ander te vertellen dat we uit Den Bosch komen en de complimenten vliegen ons om de oren: “Die Bossche bollen, echt uniek. In Den Bosch daar kun je zo lekker winkelen en eten. Echt leuk. Die tocht met die bootjes is super om een keer gedaan te hebben. Die kerk die jullie daar hebben is super mooi. In jullie stad is altijd iets te doen. Ik heb wel eens carnaval gevierd bij jullie, je weet gewoon niet wat je meemaakt”. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Het beeld wat onze stad neerzet is positief, gemoedelijk, bourgondisch, gezellig. Kortom de waarheid.
En toch vind ik dat we op moeten passen. Niet zo zeer over het feit of we dit beeld levend kunnen houden. Dat gaat namelijk wel lukken. Zolang wij blijven doen wat we altijd al deden zal de buitenstaander genieten van onze stad. Dan blijven de bootjes over de Dieze varen. De Sint Jan even mooi zoals hij altijd geweest is en carnaval net zo gezellig. En daar schuilt precies het gevaar. Alles blijft hier bij ons zoals het ooit was. Er gebeurt verrekte weinig. Er verandert geen moer. We zijn zo behoudend als het maar zijn kan. We steggelen over een winterparadijs, we bedenken vervolgens iets wat een voldoende scoort, hulde aan degenen die er op het laatste moment de schouders onder gezet hebben, maar echt spraakmakend is het niet geweest. We kijken allemaal weer uit naar het moment waarop Den Bosch verandert in Oeteldonk en ik weet nu al hoe deze carnaval gaat verlopen. Net als andere andere edities, want echte veranderingen gaan er niet plaats vinden. Achter het station verrijst een nieuw stuk stad waar we enorm trots op mogen zijn. Maar waar moeten we dan precies trots op zijn? Winkelen kan nog aardig in de binnenstad. De kleine winkels zijn prima. Maar de grote panden worden bewoond door The Sting (die op drie plaatsen in de stad dezelfde kleding verkoopt), De Hennes & Mauritz die ook niet uitblinkt in originaliteit en creativiteit in assortiment en de Hudson Bay. Tja, wat moet ik daar van vinden? De evenementen die voor dit voorjaar en zomer op de kalender staan stonden er vorig jaar ook al. Misschien met een andere artiest op het programma. Maar ik vermoed dat Jazz, Bevrijdingsfestival en het Festival van het Levenslied oude wijn in nieuwe zakken gaat zijn. Ik kan nog wel even doorgaan. En eigenlijk wil ik dat niet, omdat ik heel erg veel van “mijn stadje” hou.
Maar ik vind dat het de hoogste tijd wordt om onze nek weer eens echt uit te steken. Risico te lopen en vooral te geloven in het risico van succes. De opmerking van de Commissaris van de Koning bij de aanstelling van onze nieuwe burgemeester eind 2017 steekt me nog steeds: “Den Bosch denkt dat het een wereldstad is waar iedereen burgemeester van wil zijn maar het is alleen maar een provinciestad. Dat zie je terug in wie er solliciteert”. Feitelijk heeft van der Donk gelijk. We zijn een provinciestadje. Maar wat doen we om het mooiste, leukste, bedrijvigste en aantrekkelijkste provinciestadje op deze aarde te worden? Het is allemaal behoudend en veilig wat we met elkaar bedenken. Het Jeroen Boschjaar was erg succesvol. Om echt trots op te zijn. En wat is er van over? Nothing, niks, nada. Het Willemspark, De Kop van ’t Zand, het EKP terrein, de Tramkade. Ooit werd het de Bossche goudkust genoemd. Maar echt tempo om er goud van te maken zit er niet in. Kom op stadje, toon daadkracht, creativiteit en lef. Laten we de wereld weer eens verbazen. Mooi man.

Huub van Mackelenbergh

 

3 Reacties uitgeschakeld voor Noodkreet 1820 23 januari, 2019 Column januari 23, 2019

Facebook Comments