Digitaal bladeren

‘Vroeg een rechter maar eens aan een verdachte: ‘Wat heb je nodig om te zorgen dat ik je hier nooit meer zie?’
Auteur:

‘Vroeg een rechter maar eens aan een verdachte: ‘Wat heb je nodig om te zorgen dat ik je hier nooit meer zie?’

Strafrechtadvocaat Pieter van der Kruijs (69)

Dom, dom, dom. Eén uur inplannen voor een interview met de erudiete, flamboyante maar toch ‘gewone’ 69-jarige Bossche strafrechtadvocaat Pieter van der Kruijs. Mijn vragenlijstje is nog niet voor de helft afgehandeld als er een ‘klantje’ voor de deur van zijn woonboot staat. Voor ik het goed en wel in de gaten heb is de raadsheer van zijn stoel gesprongen, staat het klantje binnen en ik buiten. Met een schat aan materiaal. Dat dan weer wel. Want zijn leven, zowel privé als zakelijk, is precies zoals hij erover vertelt: spannend, turbulent, van de hak op de tak, uitgesproken, buiten de lijntjes, begeesterd. Je zou er een boek over kunnen schrijven.

Tekst: Jacky Goossens | fotografie: Olaf Smit

Zijn klantjes. De mensen die geen eerlijke kans krijgen en niet voor zichzelf op kunnen komen, betekenen veel voor hem. Hoe groter het onrecht en aan de zelfkant van het leven, des te meer wordt Pieter van der Kruijs door een zaak geraakt. Het is de rode draad in zijn loopbaan als strafrechtadvocaat. En dat heeft een oorsprong. “Ik ben, zoals veel van mijn klanten, geboren in een ‘achterstandswijk’, het Eikendonkplein. Dus ik ken of herken de omgeving waar ze vandaan komen, weet hoe het is om daar op te groeien. Ik heb met die jongens gevoetbald, ermee op school gezeten en kan in de kroeg een biertje met ze drinken. Met iedereen trouwens. Het verschil is dat ik heb gestudeerd, dat ik de káns heb gekregen om te studeren. Omdat mijn vader en moeder dat erg belangrijk vonden en mij daarin enorm stimuleerden. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ik plaatsvervangend heb gedaan wat mijn vader héél graag had willen doen: rechten studeren. Mijn moeder, een echte schippersvrouw, is zelfs als verkoopster in een kledingzaak gaan werken om mijn studie te kunnen betalen.” In tegenstelling tot veel van de gezinnen in die tijd, telde het gezin van der Kruijs maar drie kinderen. Tot ongenoegen van meneer pastoor. “Als hij vond dat het wel weer eens tijd werd, stond hij voor de deur. Ik weet het nog goed: als er gebeld werd, moesten wij onder het raam gaan zitten om stiekem te kijken of het de pastoor was. In dat geval deden we net of er niemand thuis was, haha.”

Onder het raam voor meneer pastoor

Hij kent ze, de confrères die met enige regelmaat het landelijke nieuws halen, bij Pauw, Jinek of De Wereld Draait Door aan tafel zitten en bakken geld verdienen met soms dubieuze maffiose zaken. Zelf duikt Pieter overigens ook regelmatig op in het lokale en landelijke nieuws. Denk maar aan spraakmakende processen als de ontvoering van Toos van der Valk in 1982 (zijn eerste grote zaak), de zaak Benno L. (de voor ontucht veroordeelde Bossche zwemleraar en wiens verdediging Pieter de nodige klanten heeft gekost) en de Rosmalense flatmoord. Maar als je rondkijkt in zijn woonboot (“een van mijn zoons heeft ‘m helemaal opgeknapt”) weet je dat hij van een ander kaliber is. Namelijk dat van de gewone Bossche jongen die goed kon leren en rechten ging studeren in Nijmegen. De Volkskrant, Trouw en VPRO gids op tafel verraden aan welke kant van het politieke spectrum we hem kunnen vinden. “Links inderdaad, jazeker. Altijd al zo geweest. Ik ben na mijn afstuderen ook bij het links georiënteerde advocatencollectief met Piet Baudoin in Den Bosch terecht gekomen. Daar heb ik alles over het strafrecht, het sociale strafrecht, geleerd.”

Honderden scheidingen gedaan, behalve die van mezelf
Zoals bij vrijwel alle beginnende juristen, wordt ook de agenda van Pieter aanvankelijk gevuld met veel bulk- en pro deo zaken. Er moest brood op de plank komen. “Ik heb denk ik wel zeshonderd echtscheidingen gedaan, die van mezelf niet meegerekend, haha. Veel pro deo inderdaad. Én veel strafrecht. Daar liep ik ten opzichte van andere jonge collega’s wel op voor. Waardoor je binnen dat strafrecht redelijk snel een naam opbouwt en met grote(re) zaken te maken krijgt.” Zaken die hem in contact brachten met criminelen, de onderwereld, de maffia: het grote geld. Je zou kunnen denken dat de verleiding op de loer lag, maar niets daarvan. Daarvoor ging en gaat zijn hart teveel uit naar de zwakkeren in onze samenleving, de underdogs, de ‘schlemielen’, zoals Pieter ze ook wel noemt. Sterk rechtvaardigheidsgevoel? “Mwah, ik weet niet of dat het is. Het gaat er meer om dat deze groep niet voor zichzelf op kan komen en dat iemand dat voor ze moet doen. Ze zijn op de een of andere manier in de problemen gekomen, maar dat wil niet zeggen dat het slechte mensen zijn. Daarbij, hoe fantastisch het ook was om mee te maken hoe de onderwereld werkt, je wordt die echte criminelen op een gegeven moment gewoon kotsbeu. De ellenlange dossiers, hoe je onder druk wordt gezet, het feit dat ze altijd ontkennen… daar word ik een beetje beroerd van. Er heeft wel eens een motorbende gevraagd of ik hun vaste advocaat wilde worden. Nou, daar moet ik dus niet aan denken. Je gaat rare dingen doen. Kijk naar Benedicte Ficq en Stijn Franken in de zaak Holleeder. Die hebben wel wat aan de Deken uit te leggen. Ze vragen dingen aan je die gewoon niet kunnen! Er heeft bij mij wel eens iemand binnen gestaan die ‘zijn’ dossier’ kwam halen. Toen ik zei: ‘nee nee nee, dat gaan we echt niet doen’, werd er wel even een tafel opgetild. Ik word niet snel bang hoor, wat ik er maar mee wil zeggen, is dat je je in een hele bijzondere wereld begeeft.”

Zwijgen is zilver, spreken is goud
Over het (straf)rechtssysteem in Nederland, een van zijn stokpaardjes, heeft Pieter een uitgesproken mening. Met name als het gaat over het zwijgrecht en de houding van rechters in de rechtszaal. “Luister, ik heb in vrijwel al onze rechters een enorm vertrouwen. Echt waar. Maar toch, ik heb weer iets meegemaakt waar ik zó ontzettend boos over kan worden. Een zaak waarin dingen zijn gebeurd die gewoon écht niet kunnen (de Rosmalense flatmoord, red.). Een rechter die zó bevooroordeeld was, zó oneerlijk. Het was gewoon van god los wat er gebeurde! Daar kan ik gewoon niet tegen. En weet je wat mij nou echt verbaast? Dat rechters nooit eens aan een verdachte vragen: wat heb je nodig om ervoor te zorgen dat ik je hier nooit meer zie. Wat heb je nodig?! Zó’n eenvoudige vraag. Geloof me, het stellen van die vraag zou voor hele andere processen en resultaten zorgen.” Hier klinkt toch wel een sterk rechtvaardigheidsgevoel in door…? Pieter kijkt weifelend. “Is dat zo? Misschien heb je wel gelijk en is het inderdaad een belangrijke drijfveer. Hoe dan ook, voor de Rosmalense flatmoord, de herziening van de zaak, schuif ik graag mijn pensioen vooruit. Daar ga ik me nog even goed in vastbijten.

‘Voor de Rosmalense flatmoord, de herziening van de zaak, schuif ik graag mijn pensioen vooruit.
Daar ga ik me nog even goed in vastbijten’

En dan dat zwijgrecht inderdaad. Daar ben ik in de loop der jaren wel anders naar gaan kijken en de betrekkelijkheid van in gaan zien. Ik denk namelijk dat als je een luisterend oor hebt, de bereidheid om te vertellen groter wordt. Maar ja, du moment er gestraft wordt als je praat en beloond wordt als je zwijgt, hou je je mond wel dicht natuurlijk. Maar wat heb je daaraan?! Vertel gewoon wat je weet! Kijk naar de zaak Nicky Verstappen. Terwijl er twintig DNA-sporen zijn gevonden op de onderbroek van dat kind! Of mensen gaan liegen. Er wordt nergens zoveel gelogen als in de rechtszaal. Ik heb het al zo vaak gezegd: we moeten de mensen veel meer laten weten dat als ze meewerken ze een mildere behandeling krijgen. En dat spijt betuigen van invloed is op de strafmaat. Ik zal een
cliënt niet snel meer adviseren zijn mond dicht te houden, alleen in het uiterste geval.”

Nergens spijt van
Wel of niet met pensioen, Pieter zal zich altijd druk blijven maken over hoe het strafrecht in Nederland wordt toegepast. Over hoe dat in zijn ogen anders en beter kan. Dat is de aard van het beestje en hij verzekert dat we hier de nodige columns en commentaren over tegemoet kunnen zien. Het ‘grote geld’, beter gezegd, het ontbreken van het grote geld, houdt hem niet bezig. Er is geen enkele spijt over de route die hij heeft afgelegd. “Dat geld interesseert me helemaal niets. Ik heb ook niets. Nou ja, niets… ik heb deze boot natuurlijk. En mijn vijf kinderen met wie ik een prima contact heb, mijn exen waar ik het goed mee kan vinden. Sterker, met mijn tweede ex-vrouw ben ik in december naar Malaga geweest. Dat contact is weer ‘in wording’ zal ik maar zeggen, haha. En mijn klantjes uiteraard, want die geef ik niet op. Ik blijf gewoon naar de Grevelingen sjouwen. Verder ga ik me bezighouden met schrijven, lezen… Weet je, ik ga straks onbezorgd aan mijn pensioen beginnen. Dus geld…who cares?!”

1 Reacties uitgeschakeld voor ‘Vroeg een rechter maar eens aan een verdachte: ‘Wat heb je nodig om te zorgen dat ik je hier nooit meer zie?’ 476 25 januari, 2019 Interviews, Nieuws januari 25, 2019

Facebook Comments