Digitaal bladeren

‘t Oeteldonks vaasje
Auteur:

‘t Oeteldonks vaasje

Lieve Oeteldonkers, ons dorp is een teer bezit dat van ons allemaal is. Het is te vergelijken met een vaasje dat we met zijn allen vast dienen te houden. Laten we het vallen, dan breekt het in duuzend stukjes en is het niet meer te lijmen.

Niet al te lang geleden heb ik in een behoorlijk serieuze setting met een paar man zitten praten over het thema: hoe houden we Oeteldonk leuk? Het vaasje vertoont blijkbaar wat scheurtjes. Maar wat zijn die scheurtjes dan? Is het de ongelooflijke drukte? Zijn het de bovenrivierse banananpakken die gillend over straat rennen? Zijn het de discussies voor, tijdens en na het kwekfestijn? Zijn het de ontelbare emblemen die het allerbelangrijkste en mooiste embleem een beetje ondersneeuwen? Zijn het de jasjes die de kiel aan het verdringen zijn? Zijn het de overvolle kroegen waar geen plaats meer is voor de clubkes? Zijn het de voorfeesten die de drie dagen carnaval oprekken tot 10 dagen? Of is het het vaasje wat we met elkaar veel te stevig vast willen houden? Ook dan kan het namelijk breken.

Oeteldonk is Oeteldonk. Met al zijn pracht en tekortkomingen. Dat bonte pakket maakt het mooi. Uniek. Onvoorstelbaar. Natuurlijk zijn er een paar zaken die we altijd in de gaten moeten houden. Het spel rondom het protocol vormt het hart van het feest. Oh zo belangrijk. Het fundament onder Oeteldonk. We moeten onze gastvrijheid koesteren. Al kom je op de step vanuit Lutjebroek naar ons dorp om Carnaval te vieren. Je bent welkom. Als je jezelf maar gedraagt volgens onze normen. “as ge ut spelleke maor begrept”. Maar begrijpen alle Oeteldonkers “ut spelleke”? Natuurlijk niet. Ik heb er eens over nagedacht. Gemijmerd. En trok de volgende conclusie over “ut spelleke snappen”. Volgens mij is de manier waarop je “omvalt” een belangrijke factor. Wanneer ik een bietje zatjes aan het worden ben, dan pakt mijn vrouw me onder de arm en neemt me charmant mee “naor de kiet”. Gin gemekker, gin gemauw, gin gekots en gin bonje. Gewoon op zijn Oeteldonks: ut is mooi gewist veur vandaog. Houdoe. Nou nog eentje dan, maar dan is het echt de hoogste tijd. En mede daarom storen we ons ook zo aan de lallende, gillende, agressieve bananenpakken die door de stad rennen. Wanneer je de kunst van het dronken worden een beetje verstaat is de kans groot dat je het Oeteldonkse spel begrijpt. “Als een toeter wil ik zijn, maar ik hou het altijd fijn” is één van de mooiste zinnen uit onze ontelbare plaatselijke carnavalsliedjes. Nu we het toch over het Oeteldonkse lied hebben, ook iets wat we nooit los moeten laten. Het geeft ons smoel en identiteit. We hebben keuze uit honderden mooie liedjes. We kunnen fantastische playlisten maken. En toch zijn er kroegen waar het Oeteldonkse lied nauwelijks klinkt. Moeten we deze cafés bewegen om wel Oeteldonkse muziek te draaien? Hoort dat ook bij het zorgvuldig vasthouden van het vaasje? Ik snap die kroegen wel. Ze zitten 4 dagen ramvol met mensen die van een feestje houden maar koppijn krijgen van de Kwaoitongen, Jong Talent, Ut en de Foe Jong Bende. Deze kroegen draaien een kwart van hun jaaromzet in 96 uur. Ze denken wel 11 keer na voordat ze hun formule veranderen.

Het vaasje, het is iets lastigs. We leven in een Oeteldonkse wereld waar zeer veel verschillende carnavalsbehoeftes samen komen. Van de “fundamentalistische Oeteldonker” tot aan de naar het zuiden afgezakte Frietzak. Verbroedering, plezier, een glaasje, de wil het de ander naar zijn zin te maken, rood-wit-geel, een knipoog voor Knillis, zin en onzin, snert, Amadeiro en de Peer, het gesjok van kroeg naar kroeg en een vaasje dat misschien wel veel sterker is dan we allemaal denken.

9 Reacties uitgeschakeld voor ‘t Oeteldonks vaasje 2355 20 februari, 2019 Column februari 20, 2019

Facebook Comments