Digitaal bladeren

‘Even een bakkie doen, dat zou ik missen’
Auteur:

‘Even een bakkie doen, dat zou ik missen’

Ras-Bosschenaar Danny Verbeek wil nog eens een mooi buitenlands avontuur meemaken

‘Ik wil nog wel eens een mooi avontuur meemaken, bijvoorbeeld in Australië, Thailand of Nieuw-Zeeland. Mijn vrouw wil ook wel. Volgens mij is dat natuurlijk ook heel goed voor je persoonlijke ontwikkeling, van mij, die van mijn vrouw en de kinderen. Een heel andere cultuur en levensstijl meemaken en ondervinden. Je moet het een keer meegemaakt hebben’. Frans van Gaal sprak met de Bossche aanvoerder van FC Den Bosch in het Jheronimus Bosch Art Center.

Tekst Frans van Gaal | foto: Olaf Smit

Wat Danny zou missen als echte Bossche jongen? ‘Zou ik voor dat avontuur kiezen, laten we zeggen over een jaar of twee, dan weet ik zeker dat ik even een bakkie doen bij mijn broer in café de Sjang of bij mijn vader wel zou missen. Ik hou ook van deze stad. Door de Korte Putstraat lopen, daar iets eten, met vrienden kletsen, dat is mijn vermaak’. Danny Verbeek (28) is middenvelder bij FC Den Bosch. De club is weer terugkerend nieuwsitem. Niet vanwege blamerende deals met oliesjeiks of supportersgedoe maar als verrassing in een zeldzaam sterke eerste divisie. FC Den Bosch staat tweede, is al periodekampioen en wil en kan wellicht nog meer. Het kampioenschap is nog niet uit beeld. De Georgische suikeroom Kahki Jordania investeerde het nodige kapitaal. Dat gaf de juiste zet aan een club die weer leeft in de stad. De M-side in het stadion de Vliert – vorig jaar naargeestig leeg – is weer een broeinest van echte voetbalsfeer. Wil Boessen toont zich als trainer de perfecte voetbal- en mensenmanager. Talent, made by FC Den Bosch, wordt volwassen en dient zich aan. En… Danny Verbeek, de enige echte Bosschenaar in een selectie met zeven nationaliteiten, bloeit na heel veel blessureleed weer op als een van de leiders in het team.

de enige echte Bosschenaar in een selectie
met zeven nationaliteiten

Familyman
Danny is aanvoerder, speelt op het middenveld en is het verlengstuk van de coach. We ontmoeten elkaar op een voor Danny bijzondere plek: het Jheronimus Bosch Art Center, voorheen Sint-Jacobskerk. De kerk is Danny als Bosschenaar wel bekend, maar hij is zo eerlijk om te erkennen de huidige bestemming nieuw voor hem is. ‘Nee, met kunst heb ik niet veel. Jeroen Bosch, mooie kleuren, ongetwijfeld een meester in zijn vak, zeker in die tijd. Maar ik heb de rust niet om er lang naar te kijken en ik zal het ook niet gauw bezoeken. Maar als ik zo rondkijk, toch wel iets voor mijn kinderen, zeker als ze hier workshops in schilderen kunnen volgen’. Voor een bijzondere blik op zijn stad wil Danny wel mee omhoog via de transparante, doorzichtige lift, op weg naar het hoogste punt in de toren op de vijfde verdieping. ‘Om eerlijk te zijn, het is niet mijn hobby, maar ik kijk gewoon niet teveel naar beneden. Ik heb wel hoogtevrees. Ik durf maar ik ben blij als ik weer op de grond sta’. Eenmaal boven in de toren met aan alle kanten uitzicht op de stad raakt Danny onder de indruk. ‘Mooie stad toch wel. Zo heb ik de Sint-Jan nog nooit gezien en kijk, daar woon ik, wijzend naar het oostelijk deel van de stad’.
Afgelopen jaar vierde Danny vakantie met zijn gezin in Italië, om precies te zijn in Jesolo, vlakbij Venetië. ‘Ik heb er wel wat gezien hoor. Maar als ik op vakantie ga, dan gaan wij niet naar een museum. Ik ga voor de zon, het lekkere eten, de zuidelijke sfeer, comfort en plezier met mijn spelende kinderen en mijn lieve vrouw. Familyman, dat ben ik. Het leven van een profvoetballer is wel zo hectisch dat de vakantie pas echt genoeg rust brengt om ook volop van mijn gezin te genieten. Dat doe ik dan ook.’

Bossche straatvoetballer
Danny is een echte Bossche jongen. Hij steekt het ook niet onder stoelen of banken. Ook zijn voetballoopbaan is Bosch gekleurd. Hij voetbalde al op zijn 5e bij BVV, ging toen hij twaalf jaar was over naar de jeugd van FC Den Bosch.
‘Ik heb altijd tegen de bal getrapt, al vanaf dat ik een heel jong ventje was. Bij ons achter in de Derde Hambaken lag de speelweide. Was ik niet op het voetbalveld dan ging ik door op de wei en in de straat. Kom er vandaag nog eens om. De straatvoetballer van Nederlandse komaf sterft uit. Nu zie je daar bijna alleen nog maar straatvoetballertjes met een Marokkaanse achtergrond. De Bosschenaartjes zitten binnen achter de laptop of Ipad. Straatvoetbal is toch zo’n goede leerschool, voor alles, de techniek, het inzicht, incasseringsvermogen, fysieke en mentale hardheid. Dat laatste heb je nodig in het profvoetbal. Je moet je niet onder laten sneeuwen. Je kunt beter moeten schaven aan je “grote bek” dan dat je nog moet leren voor jezelf op te komen.’

Sociale cafézoon
Danny stamt uit een echte caféfamilie. Moeder Eefje Brok was als dochter van de uitbater van De Sportwereld in de Orthenstraat al vertrouwd met het café. Ze nam het café over met haar man Sjang. Eefje stierf in 2011 op 53-jarige leeftijd aan een hersenbloeding. Ze leed al aan de ziekte van Parkinson. ‘We moesten op die dag tegen Telstar. Moeder hielp me dan met de spullen klaarmaken en organiseren, zoals ze altijd deed. Plots hoorden we een klap. Ze was op slag dood. Die herinnering gaat nooit meer weg. Moeder was het motortje van het gezin en de gastvrouw in het café, eerst de Sportwereld, later café De Sjang aan de Graafseweg. Ze was echt een sociaal mens. Er waren meer 1000 mensen bij de crematie. Iedereen kende haar’.
Danny nam wel wat van zijn ouders als cafémensen over. Wat kenmerkt de cafébaas? Danny, zonder aarzelen: ‘Hij of zij is honkvast, sociaal en baas in eigen kroeg. Een cafébaas is ook geen wereldreiziger. Een paar weken met vakantie is al moeilijk’. En daar nam Danny wel wat van mee. ‘Ik ben wel sociaal geloof ik. Ik kan met alle soorten mensen omgaan. In de ploeg ben ik ook wel de jongen die “in” is voor een grap en kan relativeren. Maandag zat iedereen sjagrijnig voor zich uit te kijken. We hadden weer niet gewonnen. Voor mij was dat even niet belangrijk, mijn opa was de dag ervoor op 85-jarige leeftijd gestorven. Okay, een mooie leeftijd, maar hij was wel mijn steun- en toeverlaat, zeker ook in mijn voetballoopbaan. Ik vertelde erover aan de andere spelers en dat hielp. Dan verdwijnt het sjagrijn naar de achtergrond en wordt voetbal weer even bijzaak. Daarna mag het wel weer de belangrijkste bijzaak van de wereld zijn’.

‘Je moet je niet onder
laten sneeuwen’

Stapje terug… stap voorwaarts
Danny vertelt verder: ‘Ik ben blessuregevoelig en dat heeft me wel achtervolgd. En soms zit het dan niet mee. In 2012 wilde Standard Luik me hebben. Ron Jans, eerder succesvol bij FC Groningen en PEC Zwolle, werd er trainer en zag het helemaal in mij zitten. Hij was na een maand of vier weg en daarmee viel mijn “beschermengel” ook weg. Bij NAC wilden ze me overnemen. In 2014 volgde FC Utrecht. Technisch Directeur Edwin de Kruijff wilde mij er persé bij hebben. Maar toen kwam Erik ten Hag en die koos voor een aanval met twee spitsen. Ik viel als buitenspeler uit de boot. Daarna ging ik terug naar NAC en promoveerde in 2017 naar de Eredivisie maar ik raakte weer geblesseerd. Na mijn herstel koos ik voor FC Den Bosch. Jawel, even een stapje terug. Het zat vorig seizoen niet mee. Maar dit seizoen draait de FC heel goed. We kunnen weer over promotie praten. Gebeurt het dit jaar niet, dan volgend jaar wel’.
Allerminst terug gezet. Eerder, even een stapje terug om binnen afzienbare tijd weer een stap voorwaarts te zetten. Danny hierover: ‘Laten we wel wezen, er is natuurlijk niets mooier dan met mijn eigen club de stap naar de Eredivisie te zetten. Gebeurt dat, dan is mijn carrière helemaal geslaagd.’

0 Reacties uitgeschakeld voor ‘Even een bakkie doen, dat zou ik missen’ 504 21 februari, 2019 Interviews, Nieuws, Sport februari 21, 2019

Facebook Comments