Digitaal bladeren

Akkerderen
Auteur:

Akkerderen

Huub van Mackelenbergh, trainer-coach en eigenaar van M-B Training, presentator en bekende Bosschenaar. Hij schrijft regelmatig een column voor 073 Magazine.

Lees de schuingedrukte regel en bedenk er het mooist Vlaamse accent bij dat je ooit gehoord hebt: “t Is daar warm op dun velodroom, zijn trainer heeft okselvijvers”. Het was het commentaar op Canvas na het verbreken van het werelduurrecord wielrennen door Victor Campenaerts. Ik besefte maar weer eens dat onze Vlaamse vrienden een veel rijkere taal kennen dan wij Hollanders. Okselvijvers, wat een heerlijk woord. Als ik geen Bosschenaar meer kan zijn (om wat voor rare reden dan ook), dan met liefde en plezier Vlaming. Ik zou de taal opzuigen en binnen de kortste keren de tongval eigen maken. Niet van echt te onderscheiden.
Met liefde en plezier en met regelmaat zet ik de Vlaamse televisie op. Prachtige programma’s, zonder al te veel smuk. Puur, zuiver, oprecht. Reizen Waes, Eigen kweek, van Gils en gasten, Philippe Geubels, Wim Helsen, Foute vrienden, FC De Kampioenen, wat mij betreft Samson en Gert. Het is zacht, soms op het randje maar nooit op zijn Hollands erover. Ik hou er van. Doordrenkt van respect. En gaan ze op de afzeiktour dan altijd met tact en oog voor de ander. Het rijtje Vlaamse woorden dat me te binnen schiet is van ongekende schoonheid: klappen, zagen (zeuren), kuisen, marcelleke (hemd), plastron (stropdas), bonma, bonpa, camion, pint, scheef (dronken), ambras maken (ruzie maken), kasseien, koers, safke (sigaret), frieten, toog en smos. Zelfs de woorden uit de ordinaire hoek zijn charmant: poepen, foef en Piet. Respectievelijk neuken, kut en lul. Zeg nu zelf. Ik kan er niets aan doen, ik val voor Vlaams. Wanneer ik winkel in Antwerpen koop ik altijd meer dan dat ik dat in Amsterdam doe. De Vlaamse tongval pakt me in. Ter plekke raak ik een beetje verliefd. Niets aan te doen. Het iedereen aanspreken met “u”. Veel liever en mooier gaat het niet worden. Het hoeft niet voor mij, maar het gebeurt gewoon.
Moeten we er een voorbeeld aan nemen? Nee, zeker niet. Het zou niet passen. Niet klinken. Wij zijn van het lompere soort. Directer. Duidelijker en arroganter. Wellicht bent u het niet met me eens, maar ontkennen lukt lastig wanneer u zich beseft dat het woord KUT opgenomen is in het dagelijks geaccepteerde vocabulaire van de Bosschenaar. Tis kut hier, kut daar. En we kijken er niet eens meer vreemd van op. Ik doe er ook aan mee. Zeker. Maar echt fijntjes klinkt het niet. Natuurlijk kent onze woordenschat ook pareltjes: peur, braoierd, wout, appelesien, bekant, brooike, houdoe war, bruur, menneke en meske, centenbak, ochgerrum. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Het mooie van de Bossche taal is dat er achter elke echte Bossche voordeur weer andere woorden bestaan. Op Deuteren klinkt het Bosch anders dan op de Bartjes. Op Zuid (waar het brave Bosch klinkt, maar vergis u niet, dat is ook Bosch) is men anders Bosch gebekt dan op de Vliert. Bosch is Bosch maar de verschillen zijn behoorlijk. Er zijn studies losgelaten op de herkomst van onze stadse dialecten. Het heeft te maken met de invalswegen naar onze stad. Te veel voor nu. Geen wetenschap in deze column. Enkel liefde voor de taal. We zouden er in moeten investeren. Accepteren dat we elkaar meer in het Bosch aanspreken. Onze kinderen niet corrigeren wanneer ze een Bossche tongval ontwikkelen. Maar het stimuleren en ze bijbrengen dat er Algemeen Beschaafd Nederlands gesproken moet worden. Maar niet hier. ABN beheersen? Natuurlijk. Maar bewaar het voor je werk en andere situaties waarin je een rol aan moet nemen die meer geaccepteerd is door de rest van het land. Lang leve de Bossche taal. Lang leve onze tongval. Lang leve het mooiste Bossche woord: akkerdere.

Huub van Mackelenbergh

0 Reacties uitgeschakeld voor Akkerderen 468 23 april, 2019 Column april 23, 2019

Facebook Comments